Volg Yory op Facebook Twitter Pinterest YouTube LinkedIn

Missie | Team Yory | Contact | Nieuwsbrief

Nederlands NL English EN Français FR Deutsch DE Bahasa Indonesia ID

Kolonie van weldadigheid, een familie onder toezicht

Vanuit Amerika kreeg ik een aanvraag om een familie te onderzoeken die uit Drenthe afkomstig was en op de Kolonie van Weldadigheid zou hebben gewoond.

Kolonie van weldadigheid, een familie onder toezicht
Bron: Geheugen van Drenthe, Kolonie van de Weldadigheid – Veenhuizen

Op de akte van de geboorte van zijn grootvader zag ik geboorteplaats “Norg te Veenhuizen” staan. Op de registratie stond dat zijn vader een “kolonist” van beroep was. Voor mij een bekende plaats en een bekende term.

Mijn eigen betovergrootmoeder was als wees naar Veenhuizen gestuurd. Zodoende wist ik direct dat dit om de kolonie van weldadigheid moest gaan. Erg interessant, gezien er veel registraties bewaard zijn gebleven van de koloniën. Voor wie de maatschappij of kolonie van weldadigheid (nog) niet kent, zie onder een video.

Johannes van den Bosch

In 1818 richt Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid op. Hij was de minister van Staat, vertrouweling van Koning Willem I, Tweede Kamerlid en gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Maar ook een idealist die geloofde in een samenleving die maakbaar was.

Rondom 1814 wilde Johannes van den Bosch een einde maken aan de “verloedering” van de bevolking. Zijn idee en oplossing bestond uit het bieden van huisvesting, werk, scholing en zorg voor kansarme mensen binnen koloniën te Drenthe.

Het begon met Frederiksoord

Frederiksoord is de locatie waar het verhaal van de Koloniën van Weldadigheid is begonnen. Hier werden de eerste kolonie huisjes gebouwd, waar arme gezinnen uit de grote steden de kans kregen op een beter leven. Eind 1818 staan er 52 boerderijtjes klaar om de arme gezinnen te ontvangen. Hier kregen zij werk en onderdak. Hun kinderen gaan er verplicht naar school en er is een ziekenfonds. Er komen kerken, winkels en scholen.

Kolonie van weldadigheid, een familie onder toezicht Frederiksoord
Bron: Wikipedia

Totaal zeven Koloniën

De belofte aan een eigen huisje, werk, en scholing voor de kinderen zorgden in de eerste jaren van het bestaan van de Koloniën voor behoorlijk wat vrijwillige aanmeldingen. Het grootste oppervlak van de Koloniën van Weldadigheid ligt in Drenthe, in Veenhuizen, Frederiksoord en Wilhelminaoord. Maar er zijn ook Koloniën in Willemsoord en Ommerschans in Overijssel en in Wortel en Merksplas in Vlaanderen.

In totaal richt de Maatschappij van Weldadigheid zeven Koloniën op. Vier daarvan zijn voor armen die vrijwillig voor het Koloniebestaan kiezen. In de overige drie worden wezen, bedelaars en landlopers opgenomen. De onvrije koloniën zijn grote en dichtbevolkte gestichten, waar men dag en nacht onder bewaking staat. Het leven is niet gemakkelijk in de gedwongen oorden.

Een gezin wordt aangemeld

Met dit verhaal beginnen we met de oudst gevonden voorvader. Zijn naam was Jan Hendriks. Hij overleed in 1790, en kreeg na zijn overlijden de achternaam “Duiker” toegewezen door zijn weduwe in 1811 tijdens de verplichte achternaam invoering. In elk geval twee van hun kinderen kregen ook deze naam. Waaronder Hendrik Jans Duiker. Heel veel meer is er niet bekend over Jan Hendriks.
Zie hier het originele document van de naamsaanneming.

Beroep Kuiper
Bron: Wikimedia, een kuiper aan het werk

Hendrik Jans Duiker werd geboren in 1786. Hij werd gereformeerd gedoopt en woonde in Workum te Friesland. Rondom 1810 huwde hij met Wietske Pieters Bokma. Hij werkte als kuiper, wat inhield dat hij tonnen maakte. Zij kregen vóór 1820 vier kinderen, waaronder Sjoerd, wiens lijn wij later verder volgen.

Alle spoed

In de herfst van 1820 wordt het gezin aangemeld bij de kolonie. Er gaat iets mis, en op 20 december 1820 wordt het gezin nogmaals aangemeld. Op 10 januari 1821 stuurt de burgemeester van Workum, die in de subcommissie zit van de kolonie van weldadigheid een verzoek naar de directie van de kolonie in ’s-Gravenhage om “de persoon van Hendrik Jans Duiker en zijne huisgezin” op te nemen in de kolonie Frederiksoord. Hij vraagt of er “voor het sluiten van dit contract alle spoed kan worden gemaakt”.

De gemeentes betaalden geld aan de kolonie per hoofd dat daar werd onderhouden. De burgemeester van Workum zette er wat druk op. De toon is duidelijk gezet, want hij vermeld dat als het gezin van Hendrik Jans Duiker, of een ander gezin niet voor het voorjaar 1821 is opgenomen, er “minstens 1/4de leden zullen verminderen”. 10 dagen later wordt er afgesproken dat gemeente Workum f 0,50 per hoofd zal betalen voor het opnemen van het gezin.
Zie hier de originele brief 1 en hier brief 2.

Onvrede over de vertraging

Op 3 maart 1821 wordt er een brief verstuurd vanuit de directie van de kolonie. Hierin staat dat er nog geen applicatie is binnengekomen rondom betaling van onder andere linnen en goederen. Maar dat de directie wel, na contact met het weeshuis en armbesturen heeft opgemerkt dat het gezin “behoeftig” is en de kinderen een “zeer gematigde opvoeding in dat huis genieten”.

Zodra de gemeente de juiste stukken heeft toegestuurd zullen zij bereid zijn het gezin op te nemen. De aanmelding verloopt niet geheel soepel.
Zie hier de originele brief van de directie.

In juni 1820 komt er een brief binnen bij de directie rondom onvrede van de vertraging.

Klik hier om de brief open te klappen

De onderhandelingen die reeds in de afgelopen herfst zijn begonnen, en het contract daarvan reeds voor vier maanden getekend, zeer veel ongenoegen onder de tekenaren veroorzaakt, en dat het te vrezen is dat vele contributalen hunne namen van de lijst der tekenaren zullen doen schrappen, als oordelende hunne gelden beter te kunnen besteden dan aan dit fonds ter verstrikking zonder daar van vruchten te zien”… 

“Dit vertragen ook een zeer nadelige en onaangename zaak voor de persoon van H.J. Duiker, als kunnende zich in deze toestand, tot niets zekers bepalen of verbind, derwijl zich doch altoos gereed moet houden, om op de eerste aanschrijving te kunnen vertrekken”…
“Ook voor de subcommisie is het ten hoogsten onaangenaam, nadien wij, zo lange gedachte huisgezin van H.J. Duiker niet in de kolonie is opgenomen”… “Dringend verzoek de nodige schikkingen te willen maken dat meergenoemde huisgezin van H.J. Duiker allerspoedigsten in de kolonie worden opgenomen.”

Kolonie van weldadigheid, een familie onder toezicht

Een bekering met een hoop ruzie

Kolonie van weldadigheid, een familie onder toezicht Frederiksoord
Bron: Unesco, Frederiksoord, 1823

De nieuwe kolonisten moesten naast werk en scholing, ook een religie volgen. Zij kregen de keuze tot Rooms-katholiek of Gereformeerd, waarvan er van beide een kerk stond binnen de kolonie. De enkeling die geen religie had meekregen tijdens zijn of haar geboorte kreeg een tijdje bedenktijd.

De pastoor van de katholieke kerk bleek wat fanatiek te zijn geweest met zielen te winnen voor het Rooms-katholieke geloof. Zowel Hendrik Jans als zijn vrouw hadden nog geen geloofsbelijdenis gedaan. Zijn vrouw bleef trouw aan de leer van haar ouders, en sloot zich aan bij de Gereformeerde kerk, ook de kinderen volgden.

Maar Hendrik Jans Duiker liet zich overhalen tot het Rooms-katholieke geloof. De pastoor is hiervoor op zijn vingers getikt, want het echtpaar kwam terecht in een langdurende, steeds terugkerende ruzie over de kwestie. De kinderen werden de dupe. Zij zouden zelfs in “levensgevaar” zijn door de escalerende ruzies.

Twist tussen man en vrouw

De eerste brief die naar de directeur te ‘s-Gravenhage wordt verstuurd op 26 maart 1834 beschrijft de twist tussen man en vrouw.

Klik hier om de brief open te klappen

“Een geschil tuschen man en vrouw doet voortduren. Hetwelk het huisgezin in den noodlottige toestand heeft gebragt. De kolonist H.J. Duiker kwam in 1821 met zijn huisgezin in de koloniën. Man en vrouw zijn uit gereformeerde ouders geboren en ook bij dat kerkgenootschap gedoopt. Doch waren bij hunne aankomst nog geen ledematen. De vrouw is zulks in de koloniën geworden, terwijl de man tot de R.C. kerk is overgegaan. Al de in de koloniën geboren kinderen, ook het jongste, hetwelk na zijne vaders overgang, ter wereld gebragt is, zijn in de gereformeerde kerk gedoopt. Ofschoon het laatste niet dan met groot tegenzin van Duiker.

Voor 3 jaren geleden begon Duiker zijne vrouw te noodzaken, eenige kinderen tot de R.C. te laten overgaan en voerde met zijne vrouw daarover heftig verschil. Tot dat het mij gelukte de vrede in het huis weer te doen terug keeren. Sedert de komst van den heer Schaepman, als waarnemend pastoor in de kolonieën, is de ijver van Duiker weder ontgloeit, doch de vrouw biedt denzelfden tegenstand.

Ik heb den heer Pastoor ernstig onder de aandacht gebragt, om zich van het maken van alle veroveringen gestreng te onthouden en ik heb reden om te gelooven dat deze vermaning hare vrucht hebben zal. Doch met Duiker en vrouw is het reeds te ver gekomen van, zonder krachtdadige tuschenkomst hierin een gewenscht einde te zien gebragt. De echtelingen hebben mij, evenwel beloofd, zich te zullen onderwerpen en verstaan op een behoorlijke bewijs. Hoedanig de regterlijke magt beslissen zou op de klagten een van de kinders.

Over de mishandeling zijnen ouders, waarvan elk hetzelve bij eenen arm heeft en zoo, met geweld ieder naar zijne kerk sleuren wil. Dit geval heeft werkelijk plaats en het verschil is zoo hevig, dat er levensgevaar bestaat. Ik heb dan ook de man, op beider verzoek, zoo lang elders ingedeeld tot na de verlangde uitspraak.

Duiker verlangt zijne 3 jongste kinderen tot de R.C. kerk te zien gebragt en de vrouw beweert dat, daar ze uit gereformeerde ouders zijn geboren, met uitzondering van het jongste, dat ze althans bij de gereformeerden zijn gedoopt en dat zij gereformeerd is, gelijk ook haar man vroeger was, dat dezelven daarop geen regt heeft. Gelieven dus hierin tuschen beide te treden en mij te doen keernen, wat ik verder te doen heb”.
Zie hier de originele brief.

Brief Weldadigheid Duiker

De handen in het haar

De onrust in het gezin duurt jaren voort. Op 10 augustus 1838 weet de directeur niet meer wat hij aan moet met de situatie. Hij komt zelf in een geloofswroeging en ondertussen, zo staat geschreven, zijn de kinderen in reëel levensgevaar. De kinderen kiezen partij voor hun moeder en “plagen en tergen” vader met zijn overtuigingen.

“Zoodanig dat Duiker toen, eene zijnen kinderen, die hem soms plagen en tergen een gevaarlijken slag toebragt”.

De directeur van Frederiksoord geeft aan dat hij de vrouw heeft aangesproken, en zelfs heeft gedreigd met een overplaatsing naar de gedwongen kolonie Ommerschans. Waar het gezin geheel uit elkaar zou worden gehaald. Maar omdat de directie in ‘s-Gravenhage gereformeerd is zij mogelijk niet achter deze beslissing zouden staan, komt hij zodoende in een geloofswroeging terecht.

Dit blijkt uit volgend fragment:

Klik hier om de brief open te klappen

“… tuschen beide te moeten komen met de kennen gave aan de vrouw, dat in geval van verschil, de wil van den man de zorg voor en de keuze van het onderwijs der kinderen toe komt. En zij dus, ook om des vredes wille en ter voorkoming van verdere onheiligen behoorende toe te geven. Ten opzigt der twee eenigste jongste kinderen, met bedreiging dat indien zij daarin niet bewillligde eene overplaatsing van het huisgezin naar de ommerschans, alwaar de huisgenooten konden worden verdeeld, gelijk zij te kunnen gaven te wenschen, onvermijdelijk was. Naardien de direktie niet langer lijdelijk het ontstaan van moord en doodslag kan aanzien.

Eerst scheen de vrouw daarop bewogen te zijn toe te geven. Maar later is het al wederom gebleken van niet. En zal zij zulks ook niet doen voor dat het haar stellig door hoger gezag wordt verzekerd dat zij inderdaad verpligt is toe te geven. Niet alleen, maar zelfs die kinderen getrouw ter leering bij de Rooms Catholijke pastoor te moeten zenden. Ik zoude aan deze hare verpligting geenzines getwijfeld hebben indien ik laatst niet van Uweedgeb (Uwe Edelijk geborene) geacht de lieden alhier verstaan had, dat, daar allen, ouders en kinderen, oorspronkelijk tot de gereformeerde behooren, de wet deze van geloof veranderd de Vader (doelend op God) de sterke arm des noods zouden weigeren. Waardoor ik wéér besluitenloos ben geworden”.
Zie hier de originele brief.

Dreigende situatie

Wat de beslissing uiteindelijk is geweest, wordt niet duidelijk. Wel dat de kinderen en de vrouw naar het huis van de veldwachter mogen vluchten als de situatie te dreigend wordt. Ik vroeg mij af hoe vaak de kinderen naar de veldwachter hebben moeten rennen, bang voor hun vader. Huiselijk geweld is, triest genoeg, van alle tijden.

Het verbaasde mij wel hoe betrokken de directie was bij zulke situaties. Van gesprek naar gesprek met dit vechtende echtpaar. Alle kinderen zijn als volwassenen geregistreerd als Gereformeerd, wat doet vermoeden dat Hendrik Jans niet zijn gelijk heeft kunnen halen.

Een meisje verdrinkt

Op 9 oktober 1843 overlijd Hendrik Jans Duiker. Zijn vrouw en nog een aantal inwonende kinderen blijven wonen op hoeve 14. Maar vlak daarna op 9 december 1843 vind er een drama plaats voor de hoeve van “Duiker”. Een meisje van 10 jaar oud, Catharina van der Lugt, verdrinkt vlak voor hun huis. Er wordt benoemd dat er regelmatig kinderen spelen bij het water dat langs de hoeve van Dhr. Duiker loopt. Dit meisje was alleen, zonder dat iemand het zag is zij verdronken, en pas na “eenigen tijd erin te hebben gelegen” is zij drijvend aangetroffen. Had Sjoerd, of een van de andere kinderen haar gevonden?

Op 3 juni 1856 wordt zijn weduwe Wijtske naar de tweede kolonie te Veenhuizen gestuurd, zij verbleef daar in hoeve 8 bij haar schoonzoon Dhr. Hameka. Hij is de echtgenoot van dochter Lamke Duiker. Jongste dochter Geertje Duiker woont dan ook in.

Een nieuwe generatie met nieuwe hoop

Sjoerd Duiker, de tweede zoon van Hendrik Jans en Wijtske Boksma, is 5 jaar oud als hij met zijn ouders in de kolonie wordt opgenomen. We weten van hem dat hij een “zeer gematigde opvoeding” kreeg. Dat er veel ruzie waren thuis rondom geloof. En er huiselijk geweld plaatsvond. Ook dat hij en zijn broers en zussen, samen met moeder, mochten vluchten naar het huis van de veldwachter, indien het geweld te hevig werd. En misschien ontstond daar wel zijn liefde voor dat vak.

Sjoerd probeert eerst om weg te komen uit de kolonie. Hij is verliefd geworden op Angenieta Jacomina Farenkamp, die ook een kolonisten dochter was. Samen hopen zij buiten de kolonie een leven op te bouwen.

De volgende brief van 23 april 1839 betreft de aanvraag van zijn ontslag:

Klik hier om de brief open te klappen

“In de reeds ingezonden notulen van den kleinen raad der gewone koloniën is opgenomen het verzoek ontslag van Sjoerd Duiker, oud 23 jaren, en A.J. Farenkamp, oud, ruim 21 jaren. Beide kinderen van gewone kolonisten. Daar deze jongelieden een huwelijk met elkander zouden aangaan en vervolgens zich neerzetten aan Dedemervaart, alswaar het werk hem reeds verwacht. Zoo hebben mij hunne tevens verzicht, uwe edele geb. te verzoeken, gelijk ik de een het bij dezen te doen, om het ontslag zoo veel mogelijk te willen bespoedigen.

Verleden zaterdag heeft de kolonist Duiker bij de kleine raad alsmede verzocht om zijn dochtertje, van ruim 27 jaren oud ook zoodra doenlijk te ontslaan uit hoofde dezelve even zoo op het trouwen staat, met zekeren persoon van buiten de koloniën. Eerdaags voor veertien dagen zal overkomen om dat huwelijk te zien voltrekken, wanneer men gaarne het ontslag voor haar van huwelijk zoude menschen te kunnen bekomen. En op een behoorlijke voet de koloniën te kunnen verlaten”.
Zie hier de originele brief.

Kolonie van weldadigheid, een familie onder toezicht

Militair kolonist

Sjoerd krijgt zijn toestemming, want op 5 mei 1839 trouwt hij, in Frederiksoord te Vledder met zijn liefde. In 1840 wordt hun eerste kind geboren in Dedemsvaart. Erg lang blijft hij daar niet wonen, van 1843-1857 verblijven zij in Zuidwolde waar nog eens 5 kinderen worden geboren. En dan vertrekt Sjoerd naar Norg te Veenhuizen, waar nog twee kinderen worden geboren, waaronder Pieter in 1857. “Norg te Veenhuizen, derde gesticht” zag ik staan in de registratie. Ik verbaasde mij hier wel over.
Waarom was Sjoerd teruggekeerd naar de kolonie? Was het misgegaan? Had een jeugd in de kolonie toch niet het gewenste resultaat gehad?

Maar het bleek dat Sjoerd niet als kolonist, maar als militair kolonist te werk is gegaan binnen de kolonie. Hij wordt “militair veldwachter” en betreed een “militair huisgezin woning” samen met zijn vrouw en 8 kinderen. Ik dacht direct terug aan de zin uit een brief, dat Sjoerd naar de veldwachter mocht gaan als het thuis mis ging. Fantasie rijk als ik kan zijn, zag ik voor mij hoe die kleine jongen mogelijk opkeek naar de veldwachter, daar warm werd onthaald, een veilige haven kende. En wie weet wilde hij dit ook weer voor anderen betekenen?

Gebouwen werden gevangenis

Wikimedia, Het derde gesticht van Veenhuizen
Bron: Wikimedia, Het derde gesticht van Veenhuizen.

Sjoerd werkte van 1857-1876 in het derde gesticht, en van 1876-1877 in het tweede gesticht. In 1869, ten tijde van zijn dienst. Worden de kolonies opgeheven en de overgenomen door de overheid. Wezen en vondelingen werden teruggeplaatst. Enkel de gevangenen en bedelaars blijven achter en de gebouwen dienen voortaan als gevangenis. In 1874 overlijd zijn vrouw, dan werkt hij een tijdje als plaatsvervanger op de 4de afdeling.

In 1877 gaat Sjoerd met groot verlof en verhuist hij naar Hoogeveen waar hij op oudere leeftijd huwt met Sijertje de Jonge. Na haar overlijden trekt hij in bij zijn dochter Cornelia, waar hij op 12 november 1900 zelf ook overlijd op 84-jarige leeftijd.

Nog een generatie

Zoon Pieter Duiker wordt ook geboren binnen de kolonie. Hij groeit op in de woning van de veldwachter. Hij maakt mee dat de kolonie ophoudt met bestaan in zijn jeugd en behoort tot de laatste generatie kinderen die rondliepen in de koloniën. Zijn grootvader behoorde tot de eerste. Zodoende heeft de familie de gehele periode dat de kolonie bestond hier gewoond, gewerkt en geleefd. Pieter vertrekt op 21-jarige leeftijd naar Smilde, waar hij huwt en handelsreiziger van beroep wordt.

Tot slot

Was het ingrijpen van de kolonie bij de familie van Hendrik Jans Duiker nuttig geweest? Zelf was ik ook ooit een idealist, zeker in mijn adolescentie jaren en de opleiding binnen de zorg. Zo gek vond ik het idee nog niet, van Johannes van den Bosch. En in dit geval, mogen we toch wel spreken van een succes. Mijn betovergrootmoeder die als wees aankwam in de kolonie, had het minder goed gehad. Over haar zware leven binnen de kolonie volgt later een artikel.

Kolonie van Weldadigheid
Een opmerkelijke familie | Verhuizen was heel normaal | Recente persoonsgegevens vinden | Vreemdelingendossiers
Ontvang de nieuwsbrief

Ontvang de nieuwsbrief


Ieder kwartaal
Download gratis de akte checklist

Download gratis de akte checklist

Wil je ook de nieuwsbrief?


Zo gebruik je de akte checklist
rosita-olivier3.jpeg

Mijn naam is Rosita Olivier, geboren in 1989 te Nieuw-Lekkerland. ZZP’er van RoosGenealogie. Vanaf 2002 houd ik mij al bezig met stamboom onderzoek. Opgegroeid met het internet ben ik zeer ervaren met digitaal onderzoek binnen de genealogie. Naast het onderzoeken van stambomen heb ik ruim 15 jaar gewerkt binnen de zorg.
De combinatie van mijn interesses in stamboom onderzoek, psychologie, geschiedenis, pedagogiek en maatschappelijke ontwikkelingen maken dat ik vanuit andere perspectieven dan enkel ruwe data kijk naar een familie geschiedenis.

Heeft u vragen aan mij over een bepaald artikel, wensen om je eigen achternaam, stamreeks en/of stamboom te laten onderzoeken of een andere vraag, neem dan contact op via onderstaande kanalen.

Zoek je voorouders op Open Archieven

Zoek je voorouders op MyHeritage

NL_FTFCbanners_480320_01.png

Lees ook...