Slot Grimhuysen te Ulvenhout op de kaart

De aanleiding voor dit artikel is de rol die het Slot Grimhuysen te Ulvenhout speelde.

Slot Grimhuysen te Ulvenhout
Nieuwe kaart van de Baronie van Breda en ’t Markgraafschap van Bergen op Zoom, uitgave Izaak Tirion naar gavure van Jacob Keizer, 1739

Niet alleen als huis voor enkele voorouders en aanverwante families, maar ook als toevluchtsoord voor de katholieke gemeenschap na de Vrede van Munster in 1648.

Ulvenhout en de heren van Breda
in de 14e en 15e eeuw

Rond Breda lagen van oudsher landerijen van de Abdij van Thorn, een adellijk vrouwenklooster, die belasting (tienden) inden van de plaatselijke bevolking. Normaliter stond tegenover het recht om belasting te innen een tegenprestatie van de grondeigenaar; maar daar maakte Thorn weinig werk van.

De landerijen werden door plaatselijke adel in beslag genomen om er in de loop der eeuwen landgoederen en (pacht-)boerderijen te stichten. De aanwezige bossen werden gebruikt voor de jacht en vertier.  In 1327 verkocht Gerard van Rassegem de heerlijkheid van Breda, waar Ulvenhout deel van uit maakte, aan Jan III hertog van Brabant.

Slot Grimhuysen te Ulvenhout
Uitgave door Isaak Tirion naar een gravure van Jacob Keizer, 1739.

Fragment van de Nieuwe kaart van de Baronie van Breda en ‘t markgraafschap van Bergen op Zoom.

“’t Huis Grimhuize”, een van de leengoederen ten zuiden van Breda en Ginneken. Andere landgoederen waren Ypelaar, Daasdonk, Boeverije (= Bouvigne), Koekelenberg en Luchtenburg.

De kaart van Jacob Lips 1621

In 1621 maakte de uit Bavel afkomstige landmeter Jacob Robbrechtszn. Lips (1564 – 1620) een kaart met daarop alle bezittingen van de toenmalige heer van Breda. Deze bezittingen waren vooral gelegen ten zuiden van Breda. Op die kaart staat ook het huis Grimhuysen (linksboven op het driehoekige kavel). Het noorden is beneden.

De bezittingen van de heer van Breda door landmeter Jacob Lips 1621

Slot Grimhuysen te Ulvenhout

De afstamming van Jan van der Leck van Grimhuysen

Het Hollands adellijk geslacht Van Polanen Van der Leck stamt af van Philips van Wassenaer, heer van Duivenvoorde, overleden in 1258. Zijn kleinzoon Philips van Duivenvoorde, overleden voor 1309, had een wettige zoon Jan I van Polanen en een bastaard, Willem van Duivenvoorde, welke later in stad en land van Breda een belangrijke rol zou spellen.

Stamboom met familierelaties. Oranje = woonachtig in Grimhuysen

stamboom Grimhuysen

Jan I van Polanen (1285-1342) was vanaf 1326 pandheer van de Lek en vanaf 1339 pandheer van Breda. Hij is de stamvader van de zijtak-Polanen uit het huis Wassenaer, getrouwd met Catharina van Brederode en woonde aanvankelijk op het stamhuis Polanen bij Monster in het Westland

Verbannen naar Breda

De zoon van Jan en Catharina, Jan II van Polanen (1325-1378) raakte in 1349 in de problemen. Hij werd vanwege zijn rol in de Hoekse en Kabeljauwse Twisten door graaf Willem V van Beieren verbannen uit Holland en Zeeland. Jan II kwam in 1350 als berooide asielzoeker in Breda aan, maar groeide uit tot een sleutelfiguur in de stadshistorie.

Dit had hij te danken aan zijn oom Willem van Duivenvoorde; een gewiekste zakenman die het schopte tot Zegelbewaarder van de graaf van Holland en werd gewettigd door de keizer. Willem had in 1339 de Baronie van Breda in leen verworven van hertog Jan III van Brabant en er zijn broer Jan I van Polanen als pandheer gestationeerd.

Toen Jan II van Polanen voor financiële hulp bij zijn oom aanklopte deed Willem hem een voorschot op zijn erfenis (het fortuin van bastaarden werd niet aan hun eigen kinderen nagelaten, maar moest terug naar de erfgenamen in de wettige familietakken, dus naar neef Jan II). Willem behield het vruchtgebruik van de Baronie en Jan II was “onder de pannen”.

Onmetelijk vermogen

Toen Willem drie jaar later overleed erfde Jan II van Polanen-Breda het onmetelijke vermogen van zijn oom en startte nog dat jaar met de bouw van het kasteel van Breda. Hij nam in 1371 deel aan de beroemde Slag bij Baesweiler, werd gevangen genomen, en vrijgekocht door de burgers van stad en lande van Breda en hetzelfde jaar nog tot ridder geslagen.

In 1379 overleed hij en werd begraven in de Grote Kerk van Breda. Zoon Jan III van Polanen werd door de Hollandse graaf in zijn Hollandse erfgoederen erkend (heer van de Leck en Polanen) en als heer van Breda erkend. Hij huwde Maria van Brabant, een dochter van de hertog, maar dat huwelijk bleef kinderloos. Daarna trouwde hij de edelvrouw Odilia van Salm-Ravenstein, met wie hij in 1392 een dochter kreeg; Jehenne (Johanna van Polanen) werd in 1403 uitgehuwelijkt aan Engelbrecht I van Nassau-Siegen.

Jan I van der Leck van Grimhuysen (ca. 1390 – voor 1458)

In de akten van het schepenprotocol in de 15e en begin 16e eeuw, waarin Jan van Grimhuysen wordt vermeld, wordt aan zijn naam steeds toegevoegd; “bastaard van der Leck” of “alias van der Lecke”.  Vaak wordt hij aangeduid als “Jan bastaard van der Leck, die zich noemt Van Grimhuysen”. Hij is vermoedelijk geboren in de laatste decennia van de 14e eeuw en was dus een bastaardzoon van de heer van Breda -Jan III van Polanen- en daarmee een halfbroer van Johanna van Polanen, de stammoeder van de Bredase Nassaus.

Jan was getrouwd met Beatrys, bastaarddochter van Hendrik van Bergen. Ze kregen 4 kinderen; Oda, Jan, Joost en Cornelie.

In 1474 was Jan van der Leck beleend met het goed Grimhuysen. Het oorspronkelijke huis werd waarschijnlijk rond 1400 gebouwd als eenvoudige boerenwoning, maar ten tijde van Jan van der Leck moet het al een deftige woning zijn geweest, want de registers van Brabantse Laarhoef noemen het in 1467, 1474 en 1477 “de Huysingh geseyt Grimhuysen”. Het terrein was omringd met brede grachten en de toegang was via een ophaalbrug aan de oostzijde.

Jan II van Grimhuysen (ca. 1430 – 1516)

De zoon van Jan bastaard van der Leck heeft geen wettige nakomelingen waardoor het leen na zijn dood vererfde aan zijn oudere zuster Oda en haar man Adriaan van den Kyeboom.

Adriaan van den Kyeboom (ca. 1440 – voor 1525)

Vanaf 1517 tot 1581 was de welgestelde boerenfamilie Van den Kyeboom met het huis beleend. Na 1517 werd het leengoed uitgebreid door de aankoop van een boerderij aan het begin van de huidige Annevillelaan. Het pand werd “Hoeve van Grimhuysen” genaamd en men verplaatste de agrarische activiteiten van de oude leenhof naar deze boerderij. Het omwaterde woonhuis heeft tot het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) bestaan.

Adriaan en Oda kregen 4 kinderen: Jehenne (= Johanna), Lucie, Joos en Adriaen.

Dochter Jehenne van den Kyeboom treedt rond 1490 in het huwelijk met Joost Vlamincx, de kastelein van het kasteel van Breda. Het lijkt heel waarschijnlijk dat Jehenne met haar Joost woonde in het pand tussen de Burgt en het Begijnhof; op de tekening vermeld als de “Huissinge voor de logisten van het hof”. Jan III van Polanen was toendertijd heer van Breda.

Kasteel van Breda in de 15e eeuw

Kasteel van Breda in de 15e eeuw

Francois van den Kyeboom van Grimhuysen (ca. 1513 – 1580)

Na het overlijden van Jehenne en Joost kwam de leenhof bij twee personen terecht; de ene helft bij Jehenne’s neef Frans/Francois van den Kyeboom en de andere helft bij een nicht van Joost. Uiteindelijk verwierf Francois beide delen en verkocht hij in 1581 de leen aan de Bredase griffier Vogelsanck, die het huis verhuurde. Rond 1600 werd mijn voorvader Jan van der Avoirt huurder van het huis.

Grimhuysen omstreeks 1550

Grimhuysen omstreeks 1550

Jan Michiel Mercelis van der Avoirt (1548 – 1623)

Jan Michiel Mercelis van der Avoirt was schepen van Ginneken. Zijn zegel toont in het schild een Franse Lelie en heeft een onleesbaar fragmentarisch randschrift. (Archief Nassausche Domeinen no.22 fol.24v, GA.Breda, zegel charter II, nr.242,r97, 1991-812.) Aan de originele akte d.d. 5 maart 1597 is dit zegel te bewonderen. Over zijn schepenaktiviteiten is o.a. bekend zijn betrokkenheid bij de verkoop van Bouvigne in 1611.

Hij was gehuwd met Geertruide Adriaen Claes Cornelissen en zij kregen 4 kinderen.
Zijn bezittingen bleken uit de akte van scheiding en deling in 1623 niet gering; in totaal 24 verschillende kavels.

Of Jan van der Avoirt daadwerkelijk op Grimhuysen woonde mag worden betwijfeld.

Grimhuysen omstreeks 1610

Grimhuysen omstreeks 1610

Justinus van Nassau (1559 – 1631)

Het slot Grimhuysen kwam in de zeventiende eeuw in het bezit van prins Filips Willem van Oranje, de oudste zoon van Willem van Oranje en Anna van Egmont. Hij verwierf in 1609 alle Nassause bezittingen in de Zuidelijke Nederlanden en geeft Grimhuysen in leen aan zijn halfbroer Justinus van Nassau, bastaardzoon van Willem van Oranje en Gouverneur van Breda. Justines heeft het huis laten afbreken en op dezelfde plaats een nieuw en groter pand laten bouwen.

Tijdens archeologisch onderzoek werd duidelijk dat het opgaande muurwerk van de oudste fase is gesloopt en dat op deze fundamenten in de 17de eeuw het gebouw opnieuw is opgebouwd en uitgebreid. Het slot Grimhuysen was in de 17de eeuw ongeveer 20,5 meter lang en 8 meter breed. In deze periode is ook een bijgebouw opgericht.

Het Beleg van Breda in 1624-1625

Het Beleg van Breda was de belegering van de stad Breda tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Deze sterke vestingstad, gelegen in Staats-Brabant in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aan de grens met het Spaans hertogdom Brabant, werd in 1624 en 1625 belaagd door Spaanse troepen onder leiding van Abrogio Spinola. Verovering van Breda zou de Spanjaarden een uitvalsbasis verschaffen om gemakkelijker andere Staatse steden te veroveren en het gevaar voor de Spaanse steden verminderen.

Verder wilde Spinola Spanjes eer herstellen en zijn reputatie als veldheer redden. Beide hadden aanzienlijke schade geleden na het mislukken van het Beleg van Bergen op Zoom en het gedrag van de Spaanse troepen na de geslaagde list met het turfschip van Breda.

Belegerd en omsingeld

Spinola verraste door laat in het seizoen de stad te belegeren. Snel werd de stad omsingeld en met twee hoge wallen -een circumvallatielinie en een contravallatielinie afgesloten. Prins Maurits, en later zijn opvolger Frederik Hendrik, kwamen Breda te hulp door de bevoorrading van de Spanjaarden te verstoren en door te proberen de stad te bevoorraden en te ontzetten.

Hun pogingen liepen echter op niets uit en de stad moest zich na een beleg van 11 maanden op 2 juni 1625 overgeven vanwege het gebrek aan voedsel onder de burgerbevolking en de uitzichtloosheid.

De overgave van Breda. Justinus van Nassau overhandigt Ambrogio Spinola de sleutel van de stad. “Las Lanzas”, Diego Velazquez, 1634

De overgave van Breda

De kaart van Callot 1625

Op een van de plattegronden van het belegeringsleger in 1625 staat tegen de zuidzijde een toren getekend. Waarschijnlijk hield de toren verband met de belegering van Breda. Tijdens archeologisch onderzoek zijn er ook resten van de fundering van deze toren aangetroffen.

Jacques Callot, 1625

Slot Grimhuysen te Ulvenhout

Nazaten van Justinus van Nassau

In 1631 was Justinus van Nassau inmiddels overleden en opgevolgd door zijn oudste zoon, Willem Maurits van Nassau (1603 – 1638). Echter, door diens jonge overlijden werd 7 jaren later zijn jongere broer Philips van Nassau (1605 – 1672) heer van Grimhuizen. Philip’s dochter Anna Margaretha overleed in 1676 als vrouwe van Grimhuizen.

Het tweede Beleg van Breda in 1637

Het Beleg van Breda in 1637 duurde van 21 juli tot 11 oktober, tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Sinds Spinola’s beleg in 1625 was Breda in Spaanse handen en behoorde het bij de Zuidelijke Nederlanden. Frederik Hendrik van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden besloot 12 jaar later de stad opnieuw in te nemen.

In tegenstelling tot Ambrogio Spinola, die in 1625 Breda na een beleg van 11 maanden had ingenomen, wist de prins Breda in ruim 11 weken tot overgave te dwingen. Frederik Hendrik voerde dan ook een agressieve belegeringspolitiek. Vanuit Ginneken werden twee naderingsloopgraven gemaakt in de richting van de Ginnekenpoort. Frederik Hendrik stond aan de belegerden een eervolle aftocht toe. Op 11 oktober, ‘s morgens om 11 uur, trok de bezetting met slaande trom, vliegende vaandels, brandende lont en een kogel in de mond de Boschpoort uit in de richting van Mechelen.

Kaart van belegering van Breda, Joan Blaeu, 1637

Kaart van belegering van Breda, Joan Blaeu, 1637

Fragment van de kaart met aan de linkerzijde Ulvenhout tijdens de belegering van Breda

Kaart van belegering van Breda, Joan Blaeu, 1637

Ulvenhout een kerkelijk centrum

Bij de Vrede van Munster (1648) werd de gereformeerde godsdienst tot staatsgodsdienst verheven. De openbare uitoefening van het katholieke geloof werd verboden. In Ginneken en Bavel moesten kerken, en in Galder, Heusdenhout en Strijbeek de kapellen, aan de hervormden worden afgestaan. Ulvenhout had geen eigen kerk, de gelovigen gingen in Ginneken ter kerke. Toen de pastoor uit Ginneken moest vertrekken, koos hij voor het goed Grimhuysen en de katholieken kwamen hier voortaan samen in een schuurkerk.

Jan de Wijse (1636 – 1725)

In 1679 werd de Bredase koopman Jan de Wijse, samen met zijn tante Perijna van Bernagie, eigenaar van het huis. In 1686 had Jan de Wijse het capucijnenklooster in Meerseldreef gesticht en in 1714 werd hij ook eigenaar van de nabijgelegen Pekhoeve (voorheen van de familie Meeren).

De schuurkerk werd in 1738 bij Grimhuysen gevestigd en ontwikkelde Ulvenhout zich van een gehucht met enkele boerderijen, woningen en een herberg tot een kerkdorp. Enkele jaren later, in 1742, werd de schuurkerk verplaatst naar een voormalig bijgebouw van slot Grimhuysen en door pastoor Gerard van de Laer in gebruik genomen. Het huis Grimhuysen diende vanaf dat moment als pastorie.

In 1792 werd ter vervanging van de oude schuurkerk vanuit Den Haag toestemming verkregen tot de bouw van een nieuwe kerk. Deze eenvoudige kerk werd via een tussenbouw verbonden aan het huis. Het heeft vanaf 1793 nog lang dienst gedaan.

In 1818 werd het “hoog huys” zo bouwvallig dat de derde verdieping werd afgenomen. Vervolgens werd in 1865 de gevel onder een pleisterlaag verborgen, de gracht werd gedempt en de ophaalbrug gesloopt.

Grimhuysen omstreeks 1800

Grimhuysen omstreeks 1800

Overblijfselen van Grimhuysen

Zowel het slotje als de schuurkerk werden in 1904 afgebroken toen de Laurentiuskerk en de bijbehorende pastorie werden gebouwd.

Grimhuysen omstreeks 1900

Grimhuysen omstreeks 1900

Ansichtkaart omstreeks 1900 vlak voor de sloop

Ansichtkaart omstreeks 1900 vlak voor de sloop
Bron: Beeldbank Stadsarchief Breda

De voorzijde van Slot Grimhuysen te Ulvenhout met rechts de schuurkerk. Prentbriefkaart dateert rond 1900, vier jaar voor de sloop.

Het zandstenen poortje van de hoofdingang en de pilasters met leeuwenmaskers uit het begin van de 17e eeuw, die geplaatst werden aan weerszijden van de parochiekerk, vormen de enige tastbare herinneringen aan het voormalige slotje Grimhuysen.

De hekpalen van Grimhuysen staan tegenwoordig ter linkerzijde van de Laurentiuskerk

De hekpalen van Grimhuysen staan tegenwoordig ter linkerzijde van de Laurentiuskerk

Het poortje van Grimhuysen ter rechterzijde van de Laurentiuskerk

Het poortje van Grimhuysen ter rechterzijde van de Laurentiuskerk

Note: De informatie is gedeeltelijk afkomstig uit “Baronnen en borderlords” van Leo Nierse. Daarnaast zijn diverse “Brieven van Paulus”, het periodiek van de Heemkundekring “Paulus van Daesdonck” geraadpleegd. De heer van der Zanden heeft toestemming gegeven om illustraties uit de “Brieven” te gebruiken. ” World of Maps & Travel” hartelijk dank voor het aanleveren van bestanden van de kaart van Brabant.

Zoek naar de personen in Open Archieven
Duik in de patentregisters
Boetes op trouwen en begraven?
De Leidse bonboeken
Rotte appels in je stamboom?!
Slot Grimhuysen te Ulvenhout op de kaart
Deel dit artikel op
Ontvang de nieuwsbrief

Ontvang de nieuwsbrief


Ieder kwartaal
Download gratis de akte checklist

Download gratis de akte checklist

Ontvang de nieuwsbrief


Zo gebruik je de akte checklist
antoine-keepers2.jpg
Antoine Keepers

Antoine Keepers (Weert, 4 april 1965) is -na een professionele loopbaan van 22 jaar als architect-   momenteel alweer 10 jaar werkzaam als docent wiskunde.

Vanaf mijn tienerjaren ben ik geinteresseert in (familie)geschiedenis. Voor de opkomst van de pc en digitale bronnen gingen mijn broer Guido en ik in de archieven van Den Bosch, Arnhem en Hoogstraten op zoek naar onze Brabantse voorouders van vaders’ familie en Gelderse voorouders van moeders’ familie.

Na cursussen genealogie en paleografie wisten we ons redelijk te redden met oude handschriften. Door middel van een tekenprogramma bracht ik de familienetwerken in kaart, terwijl mijn broer in persoonlijke gesprekken familieverhalen verzamelde.

De vondst van een overgrootvader op een website naar Karel de Grote leidde tot een ware verzamelwoede met als resultaat; stapels mappen vol prints en kasten vol historische naslagwerken.

In het huidige computertijdperk onderzoek ik diverse digitale bronnen en onderhoud een Aldfaer-bestand met ca. 24 duizend personen. Ik orden nu digitale mappen en lever bijdragen aan genealogische sites wanneer ik aanvullende informatie vind. Daarnaast verzamel ik digitaal beeldmateriaal van de woonplekken van mijn voorouders; foto’s van bestaande panden, of verdwenen panden die terug te vinden zijn op oude stadskaarten, maquettes en schilderijen uit het verre verleden.

Het lijkt me leuk om over enkele vondsten van mijn zoektochten te schrijven, ter informatie, maar vooral ter inspiratie...

Interessante artikelen

Aan de slag met zoeken