Oudtante of groottante? Een terminologische inconsistentie
In de genealogische terminologie zijn verwantschapsnamen door de eeuwen heen veranderd. Zo betekende in de negentiende eeuw het woord ‘oudvader’ doorgaans grootvader. Daarnaast bestonden ook langere vormen als ‘oudovergrootvader’ en ‘betoudovergrootvader/-moeder’ voor verder terugliggende generaties. In de jaren tachtig en negentig verdwenen bovengenoemde termen uit de Dikke Van Dale.
Rond de eeuwwisseling gingen genealogen de verkorte termen ‘oudvader’ en ‘oudmoeder’ gebruiken voor de generatie die vroeger met ‘betoudovergrootvader/-moeder’ werd aangeduid. Daarmee kregen de woorden oudvader en oudmoeder een andere betekenis dan zij in de negentiende eeuw hadden.
Opmerkelijk is dat deze betekenisverschuiving zich niet heeft doorgezet bij de woorden ‘oudoom’ en ‘oudtante’. Deze worden nog steeds het meest gebruikt voor de broer of zus van een grootouder. Vanuit de huidige genealogische logica ligt het echter voor de hand dat een oudoom of oudtante juist de broer of zus van een oudvader of oudmoeder is.
Het zou moeten meeschuiven
Vanuit terminologisch oogpunt ontstaat hierdoor een inconsistentie. Wanneer oudvader en oudmoeder zijn opgeschoven naar een oudere generatie, zouden oudoom en oudtante logischerwijs moeten meeschuiven. De huidige terminologie is daardoor niet volledig consistent.
In genealogische kringen worden als oplossing vaak de synoniemen ‘grootoom’ en ‘groottante’ gebruikt voor de broer en zus van een grootouder. Dat sluit logischerwijs beter aan bij grootvader en grootmoeder. Bovendien gebruiken veel moderne talen dezelfde woorden, zoals het Duits (Großonkel, Großtante), het Engels (great-uncle, great-aunt) en het Frans (grand-oncle, grand-tante). Ook in Vlaanderen wordt meestal over ‘grootoom/grootnonkel’ en ‘groottante’ gesproken en ook in Nederland zijn deze woorden niet onbekend.
‘De beste ooms en tantes zijn degenen die hun neven en nichten behandelen als hun eigen kinderen, maar met meer snoep en minder regels.‘
Misschien is het slechts een kwestie van tijd voordat ‘grootoom’ en ‘groottante’ ook in Nederland algemeen ingang vinden. Daarmee zou de genealogische terminologie weer een stuk consequenter worden.
Betoudovergrootoom en tante
Om verwarring tijdens een overgangsperiode te voorkomen, zou voor de broer of zus van een oudvader of oudmoeder tijdelijk de historische samenstelling ‘betoudovergrootoom’ respectievelijk ‘betoudovergroottante’ kunnen worden gebruikt. Die woorden zijn lang, maar voorkomen dat één term twee verschillende verwantschappen aanduidt.
Bij slechts één generatie speelt deze verwarring. Hierna kunnen immers termen als oudgroottante of overoudgrootoom worden gebruikt. Deze sluiten aan bij de benamingen van de overeenkomstige generaties voorouders: oudgrootouder en oudovergrootouder.
De vraag is of de woorden oudoom en oudtante uiteindelijk aansluiting gaan vinden bij de huidige betekenis van oudvader en oudmoeder. Wel zijn de woorden overoudoom en overoudtante al enige tijd uit de Dikke Van Dale geschrapt.
Taalontwikkeling verloopt niet altijd consequent, maar vanuit genealogisch oogpunt ligt een gelijke ontwikkeling van deze verwantschapstermen wel voor de hand.
Dit artikel is nadrukkelijk bedoeld als bijdrage aan de discussie over een consequente genealogische terminologie. De ontwikkeling van verwantschapsnamen laat zien dat taal voortdurend verandert.
Lees ook
Oudtante of groottante? Een terminologische inconsistentie




























