Gehandicapte kinderen in de archieven vinden
Gehandicapte kinderen worden in alle lagen van de bevolking geboren. Een term die vaak gezegd wordt tijdens een zwangerschap is “als het maar gezond is”. Maar wat als het kindje niet gezond is?
Anno 2022 hebben we allerlei voorzieningen en medische hulpverlening om hiermee om te gaan. In de geschiedenis waren er ook verschillende manieren om met deze kinderen om te gaan. Daardoor kunnen we ook kinderen met een beperking een plaats geven in onze stambomen.
De huidige benaming zijn kinderen met een verstandelijke beperking, en er wordt her en der nu ook kinderen met een (intellectuele) uitdaging benoemd, maar omdat het in het grootste deel van de geschiedenis als gehandicapt werd betiteld wordt deze variant aangehouden in dit artikel.
Een gevolg van zonde
In de tijden van de romeinen en in de middeleeuwen werden kinderen met een handicap gezien als een gevolg van de zonde die de ouders hadden begaan. Veel van deze kinderen werden vermoord of afzijdig gehouden.
Vanaf de vierde eeuw werden er gehandicapte kinderen opgevangen in kloosters bij de nonnen. Gehandicapte kinderen die zouden kunnen werken werden op boerderijen geplaatst, maar velen eindigden bedelend op straat. Van deze periode zijn er geen registraties welke kinderen dit betrof.
Dolhuizen
Tussen de 12de en de 18de eeuw werden gehandicapte kinderen geplaatst tussen de “krankzinnigen” ofwel, psychiatrisch patiënten in dolhuizen. Ook kwamen ze terecht in tuchthuizen, spinhuizen, verbeteringsgestichten en interneringshuizen.
‘Beschaving is af te meten aan de manier waarop een land omgaat met bejaarden, lichamelijke en geestelijk en gehandicapten.‘
Als je op zoek bent naar een gehandicapt kind in je stamboom is het daarom zeker de moeite waard om te gaan zoeken in archieven van tuchthuizen, spinhuizen, verbeteringsgestichten, interneringshuizen of in de Kolonie van Weldadigheid. Van de tuchthuizen in grote steden zijn deze gegevens vrij makkelijk te vinden in de stadsarchieven.
De rijksopvoedingsgestichten stonden in Alkmaar (1854), Amersfoort (1910), Ginneken (1906), Montfoort (1858), en Ommerschans (1892).
Instellingen voor gehandicapte kinderen
Pas eind 19de eeuw ontstonden de eerste instellingen die zich meer richten op gespecialiseerde zorg. Er worden dan ook benamingen gegeven aan de verschillende soorten handicaps.
- Idioot (ernstig verstandelijk beperkt)
- Imbeciel (matig verstandelijk beperkt)
- Debiel (licht verstandelijk beperkt)
Ook zwakzinnigheid en achterlijkheid worden genoemd. Kinderen met het Down-syndroom werden mongool genoemd. Later werd een verstandelijke beperking een mentale retardatie genoemd of iemand met geestelijke handicap. Pas veel later werden de beperkingen nog specifieker in een diagnose geplaatst die we nu kennen als de DSM-5, het handboek voor de diagnose. Anno 2022 zijn het mensen met een beperking.
In de archieven
Ook als de gespecialiseerde zorg start eind 19de eeuw worden gehandicapte kinderen en psychiatrisch patiënten nog vrij vaak bij elkaar geplaatst. Echter, zijn er nog zeer weinig tot geen van deze instelling gegevens gedigitaliseerd of archieven van in te zien.
Als je in een lokaal archief inventaris zoekt naar “idioten” is de kans het grootst dat je een archief treft met relevante stukken. Ooststellingwerf is er bijvoorbeeld één waar je in het archief gegevens kunt inzien van “krankzinnigen, idioten en onnozelen” in de periode 1903-1930.
Militie registers
Voor de mannen geld dat zij werden opgeroepen voor militaire dienstplicht. Gehandicapte kinderen kregen deze oproep ook, maar zij werden direct afgewezen voor militaire dienstplicht. In de militie registers staat vaak omschreven waarom ze werden afgewezen en voor welke beperkingen. Met termen als lichamelijke gebreken, lilliputter (dwerggroei), idioot, mentale retardatie wijzen erop dat het om een kind met een beperking gaat.
Waar is het kindje gebleven?
Soms tref je in het stamboomonderzoek dat een kind niet meer voorkomt in het bevolkingsregister (na 1811) bij de ouders inwonend, maar tevens ook niet overleden is verklaard. Dat gebeurde ook met de oom van mijn grootvader. Met 7 jaar oud verdween hij uit het gezin. Hij overleed toen hij 15 jaar oud was, op zijn akte van overlijden stond dat hij was overleden op de Achterweg 5 te Heemstede.
Toen ik zocht naar dit adres in dat tijdsbeeld bleek al snel dat dit een tehuis was voor gehandicapte kinderen en volwassenen met ernstige epilepsie genaamd ‘Meer en Bosch’. Adressen checken op de akte van overlijden kan ook zorgen voor antwoorden hierin.
Op bezoek
Toen ik meer wist over de geschiedenis van het internaat, en een foto had ontvangen van de oom van mijn grootvader, ging het verhaal voor mij leven. Zelf heb ik bijna 10 jaar in de gehandicaptenzorg gewerkt en nog altijd gaan mijn ogen twinkelen van de passie die ik heb voor het vak. Ik bezocht het voormalige tehuis ‘Meer en Bosch’ waar buiten een standbeeld stond. Daar heb ik een roos neergelegd ter nagedachtenis van Pieter Olivier (1909-1925).
Bronnen voor onderzoek naar gehandicapte kinderen
In deze archieven vind je informatie over ‘krankzinnigen’.
Lees ook
Gehandicapte kinderen in de archieven vinden





























