Patroniemen en metroniemen, hoe werkt dat precies?
Onlangs dook ik weer eens in mijn stamboom met de focus op mijn 17e eeuwse voorouders uit Amsterdam. Vrijwel alles is gedigitaliseerd, dus ik kon flink wat generaties uitbreiden.
Op een gegeven moment werden de ‘gewone’ achternamen niet meer gebruikt, en wisselde de naam bij iedere generatie die ik verder kwam. Ik sprong van Aaltje Jans naar Jan Pietersz naar Pieter Jacobs naar Jacob Jansz naar Jan Hendriks naar Hendrik Maartensz en naar Maarten Pietersz. Soms staat er wel een extra achternaam bij, zoals Doorn of Sandmeijer, maar dat was niet bepaald consequent. Dus hoe zit dat precies?
Dit alles heeft te maken met de toevoeging van de voornaam van de vader (of de moeder), waardoor er een keten van vernoemingen ontstaat.
Stel dat je voormoeder Aaltje Jans heet (ook vaak Aaltje Jansdr, ofwel Jansdochter). Dan is haar voor- en roepnaam Aaltje, en is zij de dochter van Jan. Maar haar vader Jan heeft een andere achternaam dan zij. Want hij is weer vernoemd naar de voornaam van zijn vader, Pieter, dus heet hij Jan Pietersz (of zn, ofwel zoon). En deze Pieter kan weer bij zijn doop ingeschreven zijn als Pieter Jacobs, omdat hij de zoon is van Jacob. Zo ontstaat de keten:
- Aaltje Jans > dochter van Jan
- Jan Pietersz > zoon van Pieter
- Pieter Jacobs > zoon van Jacob
- Jacob Jansz > zoon van Jan, etc.
Dus de tweede naam is in principe geen vaste achternaam, maar een verwijzing naar de vorige generatie, ofwel de vader. Een zoon wordt vermeld als Jansz(n), de dochter als Jansdr.
‘De naam is het eerste en belangrijkste bezit van een mens.‘
De spelling en schrijfwijze waren niet officieel vastgelegd dus ze verschilden vaak. Zo zijn er variaties als Pietersz, Pieters, Pietersen en Petersen, die dus allemaal verwijzen naar de vader Pieter. Het was maar net hoe de klerk het opschreef.
Als de vader van het kind niet bekend was (of door de moeder niet genoemd wilde worden), dan werd een kind vernoemd naar de moeder. Dit wordt een metroniem genoemd. Enkele voorbeelden zijn:
Van Beelen (van Annabel of Isabella), Claeren (van Clara), Coenen (van Cunera), Hillegonds (van Hllegonda), Jutte (van Judith), Klaren (van Clara), Leijten (van Aleida), Mariën (van Maria), Neeskens (van Agnes), Torens (van Victoria), Truyens (van Geertruida).
Geen paniek bij veranderende namen
Het kan in het begin verwarrend zijn wanneer een familienaam in iedere generatie lijkt te veranderen. Maar geen paniek: zodra je herkent dat het om patroniemen gaat, ontstaat er juist meer structuur. Hierdoor krijg je inzage in het systeem van vernoemingen en herken je de patroniemen en metroniemen. Een naam als Jans, Pietersz of Jacobs is dan geen willekeurige achternaam, maar een aanwijzing naar de vader: Jans verwijst naar Jan, Pietersz naar Pieter en Jacobs naar Jacob.
Wat eerst een reeks steeds veranderende namen lijkt, blijkt dan een logisch systeem te zijn dat de verbinding tussen kind en de ouder zichtbaar maakt. Daardoor kan een patroniem juist helpen om een vader of moeder te vinden.
Doe geen aannames
Belangrijk hierbij is natuurlijk wel dat je niet zomaar aannames gaat doen, en niet de eerste de beste Pieter koppelt aan het kind dat Elizabeth Pieters heet. Controleer altijd de huwelijksinschrijving van de ouders waarop – als je mazzel hebt – de herkomstplaats van de vader vermeld staat. Je kunt dan in die plaats naar de doopinschrijvingen van de vader gaan zoeken, waarbij zijn ‘achternaam’ (patroniem dus) een goede aanwijzing is voor zijn vader. Maar hou daarbij wel rekening met zijn leeftijd: een man kan tot zeer hoge leeftijd een kind verwekken.
Altijd een vaste achternaam – de Burgerlijke Stand
Pas vanaf 1811 stelde Napoleon de Burgerlijke Stand in, waarbij iedere burger moest kiezen voor een vaste achternaam. Het is overigens niet zo dat men vóór 1811 geen achternaam had, alhoewel met de invoering hiervan wel het systeem van patroniemen en metroniemen kwam te vervallen.
Lees ook
Patroniemen en metroniemen in de 17e eeuw
































