Een boerderij met een zeer bijzondere geschiedenis
Een bijzondere aankoop in 1888
De in 1846 in Hoogeloon geboren Reinier van Luijtelaar groeide op in Aalst (bij Eindhoven) en Woensel (nu Eindhoven). In september 1865 verhuisde hij met zijn ouders naar Eersel, waar hij in 1885 trouwde met Maria Keeris (1858-1900). In 1888 kocht Reinier van Luijtelaar de oude boerderij in het gehucht Stokkelen met huisnummer 60. De verkoper was de ongehuwde landbouwer Hendrikus Scheepers (1839-1914). Aan deze boerderij blijkt een wel zeer bijzondere geschiedenis verbonden te zijn: Reinier kocht in 1888 een boerderij die ruim honderd jaar eerder al eigendom van zijn voorouders was geweest.
De boerderij komt opnieuw in de familie
Uit de door de Eindhovense bouwhistoricus Bauke Hüsken verstrekte kadastrale gegevens blijkt dat Hendrikus Scheepers in 1874 eigenaar van de oude boerderij in Stokkelen werd. De vorige eigenaresse was Hendrikus’ moeder, de Eerselse landbouwster Catharina de Haas (1803-1856). Zij heeft de boerderij weer via haar vader, de Eerselse landbouwer Godefridus de Haas (1776-1829), in bezit gekregen.
Deze Godefridus erfde de boerderij in 1820 weer van zijn moeder Helena Wouters (1744-1820), die na de dood van haar echtgenoot, Lambertus de Haas (1738-1814), de boerderij in eigendom had. De familie de Haas was een vooraanstaande Eindhovense familie. Lambertus’ voorvaders waren daar burgemeester, schepen en raadsheer.
Daarmee was Lambertus de Haas de overgrootvader van zowel Reinier van Luijtelaar als van Hendrikus Scheepers, van wie Reinier de boerderij in 1888 kocht.
Reinier en Hendrikus waren dus achterkleinkinderen van dezelfde eigenaar van de boerderij. Lambertus de Haas kwam met zijn gezin van Woensel naar Eersel. Zij betrokken de boerderij van Sjaak Luitelaar van Ieren tussen juli 1787 en april 1788. Daarmee duikt in de notariële bronnen een naam op die voor de latere geschiedenis van de boerderij opnieuw opmerkelijk blijkt te zijn: Sjaak Luitelaar van Ieren. Daarmee was de oude boerderij in Stokkelen sinds die tijd al in het bezit van familieleden en verwanten. Zou Reinier van Luijtelaar hebben geweten dat hij de boerderij had gekocht die honderd jaar eerder van zijn overgrootouders was?
Een van Luijtelaar woonde er al eerder
Bij de akte van verdeling van de erfenis van Helena Wouters spreekt in 1820 de oude notaris Adrianus de Bie (1747-1829) te Eersel van “Helena Wouters weduwe van Lambertus de Haas wonend op Stokkelen (op de plaats waar Sjaak Luitelaar van Ieren gewoond heeft)”. De waarde van de oude boerderij met bijbehorende gronden werd in 1820 vastgesteld op ƒ 200. Dat de notaris in 1820 nog naar Sjaak Luitelaar verwees, doet vermoeden dat Sjaak daar geruime tijd had gewoond. In de archieven was verder niets van hem terug te vinden.
Bijzonder is dat Sjaak Luitelaar van Ieren eveneens een verwant van Reinier van Luijtelaar was. Of deze verre verwant van Reinier ook de bouwer van de oude boerderij was, is niet bekend. In ieder geval woonde er ongeveer een eeuw vóór Reinier al een van Luijtelaar op precies dezelfde plek! In de geraadpleegde bronnen is in Eersel vóór 1865 geen enkele andere (van) Lui(j)telaar gevonden. Dat deze verwant op dezelfde locatie woonde, is dan ook een heel bijzonder toeval.
De rond 1460 geboren Goyaert Jansz van den Luytelaer geldt als stamvader van alle takken van de familie van Luijtelaar en naamvarianten die tot in de huidige tijd kunnen worden gevolgd. Uit genealogische onderzoeken uit de jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw is immers vast komen te staan dat alle overige in de zestiende eeuw levende takken van Luytelaer eerder zijn uitgestorven. De omgeving waar hij woonde, is nu de wijk Luytelaer in het stadsdeel Woensel in Eindhoven.
Reinier bouwt de boerderij opnieuw op
Ruim honderd jaar nadat zijn verre verwant Sjaak Luitelaar van Ieren er woonde, kwam de boerderij opnieuw in handen van een van Luijtelaar. Reinier sloopte in 1888 de aangekochte oude boerderij, waarvan op bouwhistorische gronden wordt aangenomen dat deze van vóór 1750 stamde. De herbouwde boerderij kwam in 1889 gereed. In de tussentijd zal zijn gezin waarschijnlijk nog op de boerderij van zijn schoonouders hebben verbleven. In de nieuwe boerderij zijn stukken muur van de oude boerderij ingemetseld. Het was bij herbouw gebruikelijk dat materialen van de gesloopte woning hergebruikt werden. Niet kan worden uitgesloten dat zowel de oude als de nieuwe boerderij ooit door een van Luijtelaar is gebouwd. Daarvoor is echter geen bewijs gevonden, aangezien de kadastrale registraties pas in 1832 zijn begonnen.

Bij de verdeling van de nalatenschap van Reiniers echtgenote Maria Keeris werd de nieuwe, grote boerderij van het gezin van Luijtelaar in 1900 getaxeerd op ƒ 1.500.
De brand van 1923
Op 14 februari 1923 sloeg het noodlot toe: de boerderij van Reinier van Luijtelaar brandde volledig af. De oorzaak van de brand is niet bekend. Bij een boerderij uit die tijd waren bijvoorbeeld een kaars, een omgevallen olielamp of vonken uit de haard vaker voorkomende oorzaken, maar daarvoor is geen bewijs gevonden. De muren van de boerderij zijn bij de brand overeind gebleven. De verwoeste boerderij kon daardoor binnen een jaar worden hersteld. Daarbij werd het dak van de boerderij verhoogd. Alles gebeurde in eigen beheer. Niet bekend is hoeveel de herstelwerkzaamheden Reinier van Luijtelaar hebben gekost.


De herbouwde boerderij blijft in de familie
Begin 1925, op 78-jarige leeftijd, stopte de wever, landbouwer en veehouder Reinier van Luijtelaar met werken. Hij droeg het eigendom van zijn boerderij over aan zijn schoonzoon, de sigarenmaker Simon Johannes van Gompel. Reinier bleef op de boerderij wonen, alsook zijn ongehuwd gebleven zoons Jan (1891-1956) en Jac (1895-1968) van Luijtelaar.
Een kleindochter van Simon en Hanna bleek nog in het bezit te zijn van een origineel afschrift van de op 5 februari 1925 door notaris M.A.C.E. Keulen te Eersel opgemaakte akte van verdeling. Uit die akte blijkt, dat de boerderij – inmiddels genummerd als Stokkelen 61 -samen met 2,42 hectare gronden deels eigendom was van de zeven nog levende kinderen van Reinier. In onderling overleg werd de totale waarde van de onroerende goederen vastgesteld op ƒ 5.000. De zes andere kinderen werden door Simon en Hanna in de periode 1925-1932 uitgekocht voor een totaalbedrag van ƒ 3.000. Geen van deze zes kinderen zou daarna gedurende de rest van hun leven nog onroerend goed bezitten.

Een foto na de brand
Deze foto van de families van Gompel en van Luijtelaar werd in 1924 gemaakt. Dat was mogelijk ter gelegenheid van de herbouw van de boerderij na de brand van een jaar eerder. V.l.n.r.: schoonzoon Simon van Gompel (1892-1926), kleindochter Marie van Gompel (1919-1975), zoon Jac van Luijtelaar (1895-1968), vader/opa Reinier van Luijtelaar (1846-1929), kleinzoon Driek van Gompel (1921-1989), zoon Rein van Luijtelaar (1899-1955), kleinzoon Rein van Gompel (1920-1964) en dochter Hanna van Gompel-van Luijtelaar (1887-1970). Hanna’s jongste dochter Jo (1925-2010), die later de boerderij samen met haar man in bezit zou krijgen, was toen nog niet geboren.
Alle genoemde personen zouden de rest van hun leven op de boerderij blijven wonen, uitgezonderd zoon Rein van Luijtelaar. De foto uit 1924 geeft daardoor een uitzonderlijk beeld van de familie die na de brand gezamenlijk op de herbouwde boerderij woonde. Opvallend is dat vrijwel alle bewoners op de foto staan, behalve Jac van Luijtelaar (1895-1968). Omdat hij wél tot de bewoners behoorde maar als enige niet op de foto staat, is het aannemelijk dat Jac van Luijtelaar de foto heeft gemaakt.
Simon van Gompel overleed in 1926, een jaar na de overdracht, op 34-jarige leeftijd aan een hartafwijking. Hierna kwam de boerderij in het bezit van de weduwe Hanna en haar vier kinderen.
Reinier van Luijtelaar overleed op 27 december 1929 op 83-jarige leeftijd. Hij liet bij zijn overlijden 7 kinderen en 21 kleinkinderen achter. Na zijn overlijden werden tot 1953 nog achttien kleinkinderen geboren, van wie er in 2020 nog elf in leven waren.
Binnen de genealogie van de familie van Luijtelaar wordt Reinier van Luijtelaar beschouwd als stamvader van de omvangrijke “Eerselse tak”. De stamreeks naar Goyaert Jansz van den Luytelaer werd pas in 2006 genealogisch bewezen. In 2026 telt de familietak van het echtpaar van Luijtelaar-Keeris meer dan 300 levende nakomelingen, waarvan vijf generaties gelijktijdig in leven zijn.
van Stokkelen naar Hoolstraat
In 1962 werd op het perceel een tweede woonhuis naast de boerderij gebouwd. De straatnaam was inmiddels door de gemeente gewijzigd van Stokkelen in Hoolstraat. Hanna’s ongehuwde zoon Rein verongelukt in 1964. Hanna zou tot haar overlijden in 1970 samen met familieleden op de boerderij blijven wonen. Haar drie overlevende kinderen Maria, Driek en Jo erfden de boerderij. Ondertussen werden er stukken grond verkocht en werden opstallen in 1975 (deels) herbouwd. Na het overlijden van de ongehuwde Maria droeg ook de ongehuwde Driek zijn aandeel over aan zijn jongste zus Jo. De boerderij kwam aldus in 1976 volledig in eigendom van Hanna’s jongste dochter Jo Dingen-van Gompel en haar man Cornelis J. Dingen (1923-2008).
In 1986 werd een deel van het perceel aan de gemeente Eersel verkocht. In 1989 overleed de laatste broer van Jo, die ongehuwd was. Jo Dingen-van Gompel zou tot haar overlijden in 2010 in het pand blijven wonen. Haar twee kinderen erfden de boerderij met het huidige adres Plaatse 2 in Eersel (zie foto boven).
Van familiebezit naar cultuurhistorisch erfgoed
In 2010 werd de in slechte staat verkerende boerderij voor € 750.000 verkocht. De kopers besteedden daarna nog grote bedragen aan het behoud van het niet geïsoleerde pand, dat bovendien geen fundering had.
De verkoopopbrengst van een boerderij die 121 jaar binnen de familie was gebleven, kwam uiteindelijk terecht bij slechts twee van de 91 achterkleinkinderen van Reinier van Luijtelaar. De grootouders van deze twee achterkleinkinderen betaalden ruim tachtig jaar eerder voor de boerderij en gronden omgerekend € 1.361,34 ( ƒ 3.000).
De overige 89 achterkleinkinderen waren immers daarvan uitgesloten doordat hun grootouders al tussen 1925 en 1932 voor hun aandeel waren uitgekocht.Het pand is aangemerkt als een cultuurhistorisch waardevol gebouw.
Wat in 1888 voor Reinier een gewone aankoop moet hebben geleken, blijkt achteraf een opmerkelijke terugkeer van de boerderij binnen zijn eigen familie.
De boerderij ziet er inmiddels heel anders uit dan toen Reinier haar in 1888 aantrof, maar de geschiedenis van de plek is nog altijd zichtbaar in de muren én in de familie die haar ruim een eeuw lang bewoonde.

Lees ook
Een boerderij met een zeer bijzondere geschiedenis
































