De Friese Burgerboeken (ca. 1517-1800)
Wanneer een inwoner vroeger officieel als burger in een stad werd ingeschreven, werd dit zorgvuldig vastgelegd in de zogenaamde Burgerboeken. Deze historische collectie bestaat uit drie omvangrijke banden die samen de periode van ongeveer 1530 tot 1800 beslaan.
Hoewel de boeken onder één gezamenlijke titel worden beschreven, verschillen ze onderling sterk van opzet. Zo fungeren de twee jongste delen als overzichtelijke, chronologische registers waarin nieuwe burgers direct na hun aanname werden genoteerd. Daarentegen kent het oudste deel een meer complexe structuur; het is een mengvorm van een chronologisch en alfabetisch register, waarbij burgers eerst op de beginletter van hun voornaam werden gesorteerd en vervolgens op datum van inschrijving.
De uitdagingen van het oudste Burgerboek
In tegenstelling tot de latere delen, verliep de registratie in het oudste Burgerboek niet altijd vlekkeloos. Er kon namelijk een aanzienlijke tijd tussen het moment zitten dat iemand het burgerschap verkreeg en de daadwerkelijke inschrijving in het boek. Een treffend voorbeeld hiervan is de metselaar Jemme Ritscke. Hoewel hij op 27 januari 1560 als burger werd aangenomen, was hij tegen de tijd dat zijn naam in het register verscheen — vermoedelijk aan het einde van dat jaar — al overleden.
‘De echte kracht van een stad schuilt in haar actieve burgers, niet in haar stenen.‘
Bovendien lijkt het erop dat de vroegste vermeldingen in dit boek zijn overgenomen uit een nog ouder, verloren gegaan register. Omdat deze eerste inschrijvingen niet gedateerd zijn, moeten we de begindatum herleiden aan de hand van andere bronnen. Aangezien de eerste gedateerde inschrijving van 10 juni 1544 stamt, moeten de ongedateerde burgers vóór die tijd zijn aangenomen. Een aanwijzing vinden we bij Thijlman de boekverkoper; hij woonde al in 1532 in de stad, wat suggereert dat de start van de registraties rond het jaar 1530 gezocht moet worden.
Onvolledigheden en fouten in de historische registers
Ondanks de historische waarde is het oudste Burgerboek verre van compleet. Zo werd het register tussen 1547 en 1555 niet bijgehouden. Ook in andere jaren ontbreken er regelmatig namen, zoals in de periode 1640-1651. In die jaren werden nieuwe burgers in zowel het eerste als het tweede Burgerboek genoteerd. Uit een vergelijking blijkt echter dat een tiental personen wel in het tweede deel staat, maar volledig ontbreekt in het eerste. Daarnaast zijn er diverse namen uit het jongste boek foutief overgenomen in het oudste deel.
Ontbrekende gegevens in het tweede Burgerboek
Niet alleen het oudste deel kampt met hiaten; ook het tweede Burgerboek kent opvallende hiaten. Op pagina 203 ontbreekt namelijk de onderste helft van het papier. Dat hier informatie verloren is gegaan, kan met zekerheid worden vastgesteld door de administratie te controleren. Wanneer we de betaalde burgergelden vergelijken met het totaalbedrag in de jaarrekening, blijkt dat er op het verdwenen stuk papier precies zes personen geregistreerd hadden moeten staan.
Ondanks de fouten en hiaten zijn deze burgerboeken een fascinerende bron voor het onderzoek naar voorouders in Friesland.

Bronnen voor onderzoek
Lees ook
De Friese Burgerboeken (ca. 1530-1800)





























