Brief uit 1664 – Trijntie en haar ‘Bestemoer’
Trijntie Batens stuurt een lange brief naar haar man Hendrik op 10 november 1664 over ruzie met haar Bestemoer, oorlog en de pest. De brief getuigt van haar belevingswereld, en vooral dat Trijntie veel aan het twisten is met Neeltie, Duijfje en met haar schoonzussen. Trijntie heeft al 4 brieven ontvangen van haar man. Zij heeft er ook al vier teruggeschreven, maar blijkbaar is er nog niet een aangekomen.
600 gulden
Ze klaagt dat Neeltje elke dag voor de deur staat. Er is geruzie over en weer over 600 gulden wat “Bestemoer” (oude vrouw, moeder of schoonmoeder) zou moeten betalen. Bestemoer zei dat ze al genoeg doet door Trijntie en haar kinderen te onderhouden. Dat menig moeder niet zou doen wat zij al allemaal doet.
Trijntie geeft haar gelijk, maar haar schoonzussen bemoeien zich ermee. Ze zeggen dat het Trijntie haar eigen schuld is dat het geld “verteert” is, en dat ze nu voor “die lui” zou moeten naaien. Maar dat wilt Bestemoer niet hebben. Zij wil dat Trijntie op het huis en op de kinderen past.
‘Met halfvolle buiken naar bed’
Schoonzussen klagen dat Trijntie het zo wel erg makkelijk heeft, door anderen voor haar de kost te laten winnen. Zo klaagt Trijntie nog een poos door over verwijten over en weer. Geruzie over kinderen die met “halfvolle buiken” naar bed gaan. Ze verwacht dat ze nooit meer gezellig bijeen zullen komen tot Bestemoer overleden zal zijn.
Trijntie maakt zich zichtbaar druk over de praatjes dat Bestemoer haar het hand boven het hoofd houdt. Zij vermeldt het overlijden van haar kind terloops tussen het relaas. Ze schrijft “Ik zal u nog laten weten dat ons jongste kind Hendrik dood is. Hij is met Pinksteren begraven nadat het 14 dagen erg ziek was. Hij had “sprou” “de loop” “stuijpen” en “pest koortsen“.
Ze vertelt ook dat er over de kosten van begraven weer geruzie is geweest, omdat Bestemoer het heeft betaald. Ook met Duifje heeft ze ruzie. Zij wil haar niet meer zien.
Strikken op de kist
Ook bij haar thuis is de pest langsgekomen. “Onze Anna” kwam uit school met hoge koorts donderdag. Vrijdag voelde ze zich iets beter en kon ze, in een helder moment, praten met haar moeder. Anna zegt dat ze zondag vast al dood zal zijn. Die middag kreeg ze zulke erge koortsstuipen dat ze constant hard aan het gillen was. Vrijdagavond is ze gestorven.
Van haar schoonzussen kwam er niemand langs, maar haar Bestemoer kwam die avond wel, samen met Peet, Heiltie en Annetie. Op 4 november is haar graf gegraven. Ze kreeg strikken op de kist, dit kostte Bestemoer wel 33 gulden. Er zijn nog maar 3 gezinsleden over. Kinderen Griettie en Toontie zijn nog gezond.
Trijntie denkt dat ze het verdiend hebben dat de kinderen sterven vanwege hun zonde. Ze sluit af met de exacte locatie waar de brief die hij eventueel terugstuurt heen moet komen, vermoedelijk haar woon adres: “angeliers straet, voorbij de eerste dwars straet naest de batevier in de leligang. (Met de Angeliers straet wordt vermoedelijk de Anjeliersstraat bedoeld, voorbij de Anjeliersdwarsstraat, in de Leliesteeg te Amsterdam.)
Bron
Lees ook
Brief uit 1664 – Trijntie en haar ‘Bestemoer’
































