Het Gasthuis, Pesthuis, Werkhuis, Spinhuis en Dolhuis
Enkele archieven hebben interessante bronnen online staan waar je je voorouders liever niet wilt terugvinden, maar wat wel belangrijk is om te weten.
Het oudste gasthuis in Amsterdam gaat terug tot 1350-1371. In het gasthuis konden reizigers van buiten de stad terecht als een bed nodig hadden of als ze ziek waren. Al snel werd het een plek voor de zieken, bejaarden, en invaliden. De financiering van het gasthuis kwam voornamelijk van de rijken door schenkingen of nalatenschappen. In de 16e eeuw voegde men verschillende Amsterdamse gasthuizen samen met enkele kloosters, wat later (tot 1981) het Binnengasthuis werd.
In een pesthuis werden de lijders aan o.a. de pest opgenomen om ze (vaak buiten de stadsmuren) te isoleren van de andere bewoners. Pesthuizen kwamen veel voor in de 16e en 17e eeuw. Naast de pest zaten er ook mensen met lepra en zelfs geestelijke ziekten, omdat men dacht dat dat ook besmettelijk was. In principe is het pesthuis een voorlopig van het ziekenhuis. Maar door de barre omstandigheden en slechte hygiëne was de plek
juist slechter als dat ze geïsoleerd thuis zouden blijven, wat gebruikelijk was voor dat de pesthuizen werden opgericht.
De Kolonie van de Weldadigheid (de Ommerschans en Veenhuizen) is een goed voorbeeld van een werkhuis. Om de armoede (lees: de overlast hiervan) te verminderen, werden hier werkelozen, zwevers, wezen, invaliden en bedelaars naartoe gestuurd. Ze moesten verplicht werken met het uiteindelijk doel zelfredzaam (lees: nuttig) te worden.
Het spinhuis was de voorlopig van de fabriek. In dit huis zaten vrouwen gezamenlijk hetzelfde werk te doen, spinnen en naaien. Met het spinhuis wordt ook vaak het tuchthuis bedoeld; een huis waar veroordeelde vrouwen dwangarbeid moesten verrichten om ze weer ‘op het goede pad te brengen’.
Er waren twee groepen die in een spinhuis terecht konden komen: vrouwen die veroordeeld waren voor een ‘misdrijf’ (ook hele kleine vergrijpen), en vrouwen die door hun familie voor heropvoeding daar naartoe werden gestuurd. Er waren ook kloosters en adbijen die soortgelijke inrichtingen hadden. Er waren spinhuizen in Amsterdam, Zwolle en Gouda. Amsterdam had voor mannen het rasphuis.
In een dolhuis, ook wel gekkenhuis of krankzinnigenhuis genoemd, werden vroeger mensen opgevangen die een ‘geestesziekte’ hadden. Deze instellingen gaan terug tot de 15e eeuw. Omdat men de inwoners van de stad wilde beschermen tegen personen met ‘onwenselijk gedrag’, werden deze in een dolhuis gestopt om er nooit meer uit te komen. Onder de definitie geestesziekte en onwenselijk gedrag vielen tragisch genoeg ook relschoppers en mensen die leden aan epilepsie, verslavingen, dementie, verstandelijke beperking, etc. Kortom, iedereen die afweek van het ‘normaal’ (lees: wenselijk).
‘Een grote geest draagt altijd een spoor van krankzinnigheid mee.‘
De archieven van het Gasthuis, Pesthuis, Werkhuis, Spinhuis en Dolhuis
Het Archief Amsterdam heeft een grote collectie van dit soort registers. Dankzij archivaris Scheltema is er ook een partij oude gezegelde brieven bij een antiquariaat teruggevonden, die eerder als verloren werden beschouwd. Het was archivaris Veder die de archieven van de gasthuizen tot 1875 heeft geïnventariseerd, plus een regestenlijst van meer dan 1500 oorkonden heeft opgesteld inclusief een appendix. De bronnen gaan uiteindelijk terug tot 1578. De Amsterdamse gasthuisarchieven zijn vrij uniek waardoor ze een goed inzage geven in het leven van die tijd.
Op zoek naar je voorouders
In dit register op Open Archieven kom ik één van mijn directe stamboomnamen Pronk tegen. Ik heb die tak nog niet in detail uitgezocht, maar het stimuleert me wel om deze vermeldingen verder uit te zoeken.

Bronnen voor onderzoek
Lees ook
Met dank aan het Stadsarchief Amsterdam
Het Gasthuis, Pesthuis, Werkhuis, Spinhuis en Dolhuis




























