De familie Enthoven en de band met Vincent van Gogh
Het begon allemaal toen Bert van Vliet mij drie krantenknipsels toestuurde uit het NRC, Het Vaderland en de Haagsche Courant. Hoewel ik de artikelen al eens had gezien, was de aanleiding bijzonder: zijn betovergrootouders aan moederszijde runden vroeger een winkel in de Haagse Molenstraat, precies op de plek waar mijn tante Hester ook haar zaak had. Bert bleek een diepe interesse te hebben in de familie Enthoven, de eigenaren van de Pletterij in Delft (en later Den Haag). Dit was de plek waar mijn grootvader als timmerman houten gietmallen maakte voor tram- en spoorwegwissels, en waar ook twee van mijn ooms werkten.
Mijn nieuwsgierigheid was direct gewekt. Er ging namelijk al langer een hardnekkig gerucht dat deze familie nauwe contacten onderhield met niemand minder dan Vincent van Gogh.
Een verzwegen relatie met de Pletterij?
Bert duikt diep in deze materie en schrijft daarover:
Het is interessant dat in jullie familie dus blijkbaar Vincent zelf (de schilder) aan de Pletterij werd verbonden. Dat zou dan kunnen impliceren dat Vincent niet alleen zijn relatie met (de rentenier) L.C. Enthoven, maar ook zijn relatie met de Enthoven’s van de fabriek niet aan de grote klok heeft gehangen. Althans, hij meldt er niets over in zijn brieven aan zijn broer Theo. Ik zie twee mogelijkheden: ofwel heeft Vincent dit nadrukkelijk stil gezwegen (verzwegen?), ook tegenover zijn broer Theo, ofwel heeft Jo Van Gogh-Bonger (de vrouw van Theo) deze informatie ‘onder de pet’ gehouden.
Gisteren las ik het kasboek nog eens door dat Theo en zijn vrouw Jo vanaf 1889 zijn gaan bijhouden, waarin zij ook de verkopen van schilderijen van Vincent noteerden. Uit één van de noten bij dit kasboek blijkt dat Jo L.C. Enthoven in augustus 1905 voor het eerst persoonlijk ontmoette, bij gelegenheid van één Van Gogh tentoonstelling in Amsterdam. Het is op zijn minst vreemd aan te merken feit dat Vincent in zijn brieven aan zijn broer Theo in het geheel niet rept over zijn door W.J.A. Visser (1904-2002), de eerste directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven uitvoerig en gedetailleerd beschreven relatie tot Lodewijk Cornelis Enthoven. Evenmin in de brieven een hint dat Vincent met de Enthoven’s van de fabriek zelf contact gehad zou hebben. En dat geldt ook voor Theo: volgens Visser zou ook Theo contact gehad hebben met L.C. Enthoven, maar ook daarover is in de briefwisseling tussen de broers niets terug te vinden. Vincent heeft met zekere regelmaat contact met personen in ‘het Haagse’, onder wie mijn voorvader Willem Leurs en, volgens Visser, ook L.C. Enthoven. Een groot deel van de LC Van Gogh collectie die in 1920 geveild werd, bevatte ook werken uit Vincent’s ‘Nuenense periode.
Is Enthoven, de filantroop/mecenas, door derden op Vincent geattendeerd, of heeft Vincent zich in de kijker weten te spelen bij LC, wellicht gehoord hebbend dat deze er wel brood in zag aankomende en/of ‘nootdruftige’ kunstenaars te ondersteunen? Als LC door derden op V. is geattendeerd, dan zou dat de in Den Haag wonende oom van Vincent en Theo geweest kunnen zijn, oom Vincent, door de broers “Oom Cent’ genoemd, respectievelijk Tersteeg. Oom Cent (Vincent’s peetvader) begon als verkoper van schildermateriaal, maar ontwikkelde zich snel tot kunsthandelaar/ galeriehouder (zoals zijn broer C.M. van Gogh die een kunstzaak in Amsterdam had). In 1861 associeerde hij zich met de kunstfirma Goupil. Nu, wetende dat de gefortuneerde L.C. Enthoven kunstverzamelaar was (zoals ook al zijn vader en vermoedelijk ook zijn schoonvader), is het zeer wel mogelijk daaraan de veronderstelling te koppelen dat LC wellicht al bij en/of via (o.a.) Oom Cent kunst kocht of er bij tijd en wijle te rade ging, respectievelijk bij Tersteeg.
Door o.a. het Van Gogh Museum en het Krüller-Möller Museum zijn nogal kritische kanttekeningen geplaatst bij het 1973 artikel van Visser, en is zijn verhandeling als “hear say” afgedaan en als oncontroleerbaar. Ook hebben VGM en KMM in dat verband vraagtekens geplaatst bij de door Visser naar buiten gebrachte relatie tussen Vincent van Gogh en L.C.Enthoven, en met name de aard daarvan.”
Veel vragen
De basis van dit hele mysterie ligt bij onze grootvader, F.A.K. Lether. De grote vraag blijft: kwam Vincent daadwerkelijk over de vloer bij de fabriek, of bezocht hij de familie Enthoven in privésfeer? En om welke tak van de familie ging het dan? De directeuren van de Pletterij of de rentenier L.C. Enthoven?
Opa Lether begon pas in 1905 bij de Pletterij, terwijl de vermeende contacten dateren uit de periode 1881-1885. Hij moet het verhaal dus van horen zeggen hebben, mogelijk van zijn schoonvader P. de Bolster, die er al veel langer werkte. Als Vincent de fabriek bezocht, wat zocht hij daar dan? Zocht hij rauwe, industriële taferelen voor zijn werk, of had hij een zakelijke opdracht?
Hoewel dit soort historische puzzels voor de buitenwereld misschien onbeduidend lijken, zijn het juist deze verhalen die een familiegeschiedenis kleur geven. Bert mag zich er dan druk over maken, het fleurt onze genealogie in ieder geval flink op.
Lees ook
De familie Enthoven en de band met Vincent van Gogh























































