De familie Arts en hun geschiedenis in Amsterdam

ze hadden het niet makkelijk

De familie Arts en hun geschiedenis in Amsterdam

Rond 1850 komen twee Brabantse broers terecht in het centrum van Amsterdam en zorgen daar voor veel kinderrijke generaties Arts. Ze wonen in een echte arbeidersbuurt, hebben typisch stadse beroepen en de meesten hebben een zwaar leven in de 19e eeuw.

Velen overlijden op jonge leeftijd aan allerlei ziektes en zelfs aan ondervoeding. Een paar Artsen moeten voor de rechter verschijnen. Ook in de Amsterdamse documentatie over de Tweede Wereldoorlog komen ze regelmatig voor.

Van Den Bosch naar Amsterdam

Franciscus Arts (1820-1896) en zijn broer Godefridus Arts (1824-1856) groeien op in een gezin met elf kinderen. Hun ouders Peter Arts en Henrica Oomens trouwen in 1806, verhuizen regelmatig en krijgen hun kinderen in vier verschillende plaatsen in Brabant. Franciscus wordt in Sint Anthonis geboren en Godefridus in Den Bosch waar het gezin vanaf 1822 blijft wonen.

De jongens zullen het niet gemakkelijk hebben gehad in het centrum van Den Bosch. In het begin van de 19e eeuw was hier grote armoede. Hun vader wordt in 1824 aangeklaagd voor het aanzetten van hun oudere broer en zussen tot ‘opligting en gauwdieverij’. Daarnaast wordt hun vader en een zus meerdere keren veroordeeld voor diefstal (van kleding en voedsel).

De verhuizing van de broers Arts naar Amsterdam

De broers vertrekken allebei rond 1850 richting Amsterdam. Maar ook in Amsterdam was er toen veel armoede. Veel baby’s worden te vondeling gelegd en in sommige jaren krijgt méér dan de helft van de Amsterdammers steun in de vorm van aardappelen en brood. De huisvesting in het centrum is ook niet al te best en velen sterven aan een besmettelijke ziekte.

Toch zoeken Franciscus en Godefridus hier in Amsterdam hun geluk. Als eerste vertrekt de jongste broer Godefridus. Hij trouwt in 1849 met de Amsterdamse Catharina Ademmer. Zij is ventster en woont met haar ouders in de Suikerbakkerssteeg in hartje Amsterdam. Godefridus komt bij haar en haar ouders inwonen.

Een paar jaar later komt zijn broer Franciscus Arts ook in deze buurt wonen. Franciscus trouwt in 1854 met de Amsterdamse bleekster Geertrui Faust. De broers en hun gezinnen wonen o.a. in de Suikerbakkerssteeg en de Land van Beloftensteeg. Deze wijk heette de Duvelshoek (hier is nu het Tuschinski theater).

Plattegrond van de Duvelshoek, Amsterdam
Plattegrond van de Duvelshoek, Amsterdam
Bron: Beeldbank Amsterdam, de Sint Pietersteeg, Duvelshoek
Bron: Beeldbank Amsterdam, de Sint Pietersteeg, Duvelshoek

Een eigenaardig volkje

De volksschrijver Justus van Maurik zei over de Duvelshoek: ‘hier verblijft een zeer eigenaardig volkje, vroeger noemde men ze: waerden, gelagzetters, reizende kooplieden, marskamers, speelluiden, kabauwen….’ en ‘velen vonden hun bestaan als kleine logementhouders of kroegjesbazen; anderen door het drijven van handel in visch, fruit en allerlei consumptie-artikelen, weer anderen als waarzegsters en horoscooptrekkers, straatmuzikanten, orgelverhuurders of poppenkastvertooners.’

De informatie over waar de Artsen precies in Amsterdam woonden kan je terugvinden in de bevolkingsregisters. Daarnaast kan je in het Stadsarchief van Amsterdam ook de zogeheten persoons- en archiefkaarten terugvinden. Hierop staat heel veel informatie. Naast de persoonsnaam, geboorte- en overlijdensdatum staan hier ook zijn/haar ouders op en de gegevens van eventuele partners en kinderen. Daarnaast staat hier ook hun beroep en wanneer ze van straat zijn verhuisd, ook naar buiten Amsterdam.

Typische beroepen van de familie Arts

De broers en hun (klein)kinderen hadden veelal zware beroepen als sjouwer, stoker, stratenmaker en werkman. Ook vond ik beroepen als lijnwerker, gaswerker, betonwerker, stucadoor, smid, (scheeps)timmerman, olieman, havenarbeider, zeeman en grote vaart. Daarnaast kwam ik ook andere (soms typisch stadse) beroepen tegen als buffetchef en -juffrouw, kelner, winkelierster, verkoopster, koopman, venter, logementhouder, koetsier, lompenkoopman, kantoorbediende, incasseerder, handelsreiziger en Oost-Indisch ambtenaar.

Doodsoorzaken in het Amsterdam van de 19e eeuw

De Artsen wonen dus in hartje Amsterdam in een echte stadsbuurt. Dat hun leefomstandigheden hier in de 19e eeuw moeilijk zijn geweest blijkt wel uit de vele inschrijvingen van Artsen in de ziekenhuis- en overlijdensregisters.

De doodsoorzaken zijn terug te vinden in de zogeheten doodsoorzakenregisters van het Stadsarchief Amsterdam bijgehouden vanaf 1854. De doodsoorzaken zijn vastgelegd per buurt(letter) op datum. Het adres en het beroep van de overledene staat erbij maar niet zijn of haar naam, dus je zal wel even moeten puzzelen. Verder zijn de patiëntenregisters van de Amsterdamse ziekenhuizen goed bijgehouden en ook te raadplegen via het Stadsarchief Amsterdam.

Franciscus Arts is drie keer in het ziekenhuis verpleegd. Twee keer in het Binnengasthuis in het centrum van Amsterdam (in 1856 voor 26 dagen en in 1870 voor 43 dagen). Later in 1892 is hij nog negen dagen verpleegd op de besmettelijke afdeling van het Buitengasthuis.

De inschrijving van Franciscus Arts in het Binnengasthuis
De inschrijving van Franciscus Arts in het Binnengasthuis

De slechte omstandigheden in ziekenhuizen

Het Binnengasthuis was berucht om zijn ellendige toestanden. Volgens een rapport uit 1882 waren de gebouwen slecht en zonder behoorlijke verwarming. De verpleging bestond uit ‘knechten en meiden’ die zich schuldig maakten aan ‘drankmisbruik en mishandeling, de medicijnen verkochten en het voedsel voor zichzelf hielden’. Het Buitengasthuis, net buiten de stad bij de Overtoom en oorspronkelijk een pesthuis, werd gebruikt als ziekenhuis voor de allerarmsten. Zo mogelijk waren de toestanden hier nog slechter dan in het Binnengasthuis.

Tragische sterfgevallen

Doodsoorzaken van Johannes en Franciscus
Doodsoorzaken van Johannes en Franciscus

Vier (van de acht) kinderen van Franciscus Arts en zijn vrouw Geertrui overlijden binnen twee jaar. Hun zoon Johannes overlijdt aan pneumonia duplex (dubbele longontsteking) als hij net 1 jaar oud is. Zelf overlijdt Franciscus aan marasmus (ondervoeding).

Ook twee (van de vier) kinderen van zijn broer Godefridus Arts overlijden binnen twee jaar. Eén overlijdt aan stuipen. Godefridus overlijdt als hij pas 32 jaar oud is in 1856 en zijn vrouw Catharina overlijdt op 47-jarige leeftijd aan ondervoeding. Ze laten twee jongvolwassen kinderen als wees achter.

Ook ben ik achter een doodsoorzaak gekomen via een politierapport die te vinden is in het Stadsarchief Amsterdam. De 11-jarige Piet Arts verdronk namelijk in een Amsterdamse gracht. Hij was ‘vanuit een roeiboot in het water van de Rapenburgergracht gevallen’ waarna ‘een politieboot met een sleepdreg het lijk heeft opgehaald’.

Politierapport van de verdrinking
Politierapport van de verdrinking

Het begint met een boete van 50 cent

Cornelis Arts (1871-1956), de jongste zoon van Franciscus en Geertrui, belandt in de Amsterdamse criminaliteit aan het eind van de 19e eeuw. Het begint heel onschuldig in 1890 op zijn 18e met een boete van 50 cent ‘wegens het wateren buiten de urinoirs’.

Melding van veroordeling
Melding van veroordeling

Ik ben Cornelis zeven keer tegengekomen in de gerechtsverslagen van Amsterdam te vinden in het Noord-Hollands Archief. Allereerst wordt hij ook in 1890, samen met vier anderen, verdacht van inbraak en diefstal. In de Amsterdamse kranten ‘Het nieuws van den dag’ en ook het ‘Algemeen Handelsblad’ van eind juli 1890 (te vinden op delpher.nl) staat dat ze zes nickelhorloges hadden gestolen bij de horlogemaker Schultze op de Gelderschekade.

De rechercheur Pels verklaart ‘dat de beklaagden als nachtelijke straatroovers bekend staan.’ De strafeis is drie jaar gevangenisstraf, maar twee van de vier verdachten worden vrijgesproken, waaronder Cornelis. Nog geen jaar later wordt hij weer opgepakt voor inbraak en poging tot diefstal en dan krijgt hij wel twee jaar gevangenisstraf.

Vier jaar gevangenis voor diefstal

Vervolgens wordt hij in 1892 veroordeeld voor mishandeling en moet twee maanden de cel in, omdat hij ‘tussen 8 en 8½ uur op de openbare straat in de Damstraat hoek Pijlsteeg opzettelijk den gezel Lucas Spel met een mes, althans met een scherp /snijdend werktuig, heeft gestoken ofwel gesneden…’. Zeker in vergelijk met de eerdere twee jaar gevangenis voor diefstal klinkt twee maanden cel voor opzettelijke geweldpleging met een mes wel heel laag. Maar in die tijd werd diefstal harder gestraft dan geweld terwijl dit tegenwoordig juist omgekeerd is.

Deel van het vonnis van Cornelis Arts wegens mishandeling
Deel van het vonnis van Cornelis Arts wegens mishandeling

In 1893 wordt Cornelis weer opgepakt. Dit maal voor ‘diefstal gepleegd door twee of meer vereenigde personen’. Ze hadden ingebroken bij ‘de bierhuishoudster en verlaten huisvrouw Elisabeth Bergen’, (een bierhuishoudster was een verkoopster van bier, wijn en gedistilleerde dranken). Ze hebben daar o.a. ‘een doos met 104 guldens aan muntbiljetten, rijksdaalders, guldens en andere munten’ gestolen. Cornelis krijgt vier jaar gevangenisstraf; zijn maat komt eraf met twee jaar.

Mishandeling van een ambtenaar

Ook twee van Cornelis zijn achterneven vind ik terug in de rechtbankdossiers. Godefridus Arts (1874-1933) gaat op zijn 21e in 1895 met twee vrienden een avondje op stap naar de Salon des Variétés. Het feestavondje loopt alleen niet zo goed af. Godefridus wordt ‘op verzoek der directie door drie agenten, gekleed in uniform en in dienst zijnde… uit den Schouwburg Salon des Variétés in de Amstelstraat te Amsterdam gezet… wegens ordeverstoring aldaar…Den beklaagde is vervolgens een half uur later teruggekomen… Heeft den aldaar in uniform dienstdoende agent… mishandeld door den ambtenaar moedwillig met een flesch of eenig hard voorwerp een geweldigen slag op het hoofd heeft toegebracht.‘ Tja, en dan heb je het dus over ‘mishandeling van een ambtenaar’ in functie. Godefridus krijgt twee maanden celstraf.

Godefridus zijn jongere broer Karel Arts (1877-1964) kom ik ook tegen in een vonnis van de rechtbank in Amsterdam in 1895 (Karel is dan net 18 jaar geworden). Hij wordt opgepakt en vastgezet met drie maten wegens ‘te zamen vereenigd in het pakhuis van Hendrik Kerkmeester… te hebben weggenomen een bedrag van ongeveer honderd guldens aan specie’. Wegens het ‘ontbreken van wettig en overtuigend bewijs’ worden ze vrijgesproken. Bijzonder detail: één van zijn drie maten is Willem Kenbeek, zijn latere zwager.

Tweede Wereldoorlog

Paspoort Wilhelmus Arts
Paspoort Wilhelmus Arts

Ik heb vijf Amsterdamse Artsen gevonden die in Duitsland tewerkgesteld zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze informatie kan je vinden in de Registratie Tewerkgestelden ’40-’45 in het Stadsarchief Amsterdam. Ook kan je hier vaak een foto van de persoon in kwestie vinden bij de Paspoortaanvragen ’40-’45.

Van de vijf tewerkgestelden waren er de drie broers Fridus, Joop en Wim Arts. In 1941 gaat Fridus Arts werken in Berlijn. In maart 1944 scheidt hij van zijn Amsterdamse vrouw Geziena en drie maanden later trouwt hij met de Berlijnse Frieda. Joop Arts (1915-1990) begint in 1941 als grondwerker bij de Reichsautobahn Frankfurt am Main.

In januari 1945 gaat hij naar het NSKK (Nationalsozialistische Kraftfahrkorps) in Berlijn. Tijdens de oorlog diende het NSKK als bevoorradingseenheid aan de verschillende fronten. Wim Arts (1919-1989) gaat in juli 1943 als kontorist (kantoorbediende) naar AG Westfalen in Bogholt.

De familie Arts en hun geschiedenis in Amsterdam

Krijgsgevangenschap

Verder kwam ik de Amsterdamse Johannes Arts (1919-183) tegen in het Krijgsgevangendossier van het Ministerie van Defensie. Johannes dient in het 3e grensbataljon en wordt in mei 1940 krijgsgevangen genomen. Hij zit dan vast in Kamp Stargard. In 1943 wordt Johannes opnieuw gevangen genomen. Hij wordt naar het Stalag (=Stammlager/Krijgsgevangenkamp) Altengrabow (bij Maagdenburg) gestuurd.

Na de oorlog komt hij op 23 mei 1945 aan in Weert in het Ontvangstcentrum Gerepatrieerde Krijgsgevangenen en wordt daar verhoord. Johannes Arts was voor de oorlog overigens getrouwd met Rachel Rine (1920-1942). Johannes en Rachel krijgen samen een zoon, maar ze scheiden in 1940. Rachel is Joods, wordt gearresteerd en overlijdt in 1942 in kamp Auschwitz.

Dit was het bijzondere verhaal van twee broers Arts die rond 1850 in het centrum van Amsterdam terecht komen en daar voor vele generaties Artsen zorgen. Met dank aan de vele bronnen in het Stadsarchief van Amsterdam heb ik hier veel informatie over kunnen vinden. Voor meer informatie en verhalen zie ook de website Arts-Ardts.

Personalkarte Johannes Arts in kamp Stargard
Personalkarte Johannes Arts in kamp Stargard
Kamp Stargard bij Szczecin (Polen)
Kamp Stargard bij Szczecin (Polen)

Bronnen voor onderzoek

De familie Arts en hun geschiedenis in Amsterdam

Reageer op dit artikel
Opmerkingen over artikel
Schrijf mij in voor de nieuwsbrief (iedere 2 maanden)
Bezig met versturen

Wil je een donatie doen?

Yory is non-profit, maar de kosten zijn zeker € 750 per jaar. Met donaties kan dit platform blijven bestaan.

ZOEK