De mythe dat onze voorouders niet oud werden is onjuist
Je zult vast wel eens gehoord of gelezen hebben dat mensen vroeger zelden ouder werden dan 30 of 40 jaar. Nou, ik kan je zeggen dat dat onzin is.
Hoewel het waar is dat het leven vroeger veel zwaarder was, is het idee dat onze voorouders jong stierven meer een mythe dan een feit. Want in werkelijkheid kon een 50-jarige in 1850 best 70 jaar oud worden; dus vergelijkbaar met de leeftijden die we vandaag bereiken. Maar waarom blijft de mythe van “jong sterven” dan bestaan?
Waarom de gemiddelde levensverwachting misleidend is
De mythe is grotendeels ontstaan door hoe we historische gegevens over levensverwachting interpreteren. Als je de gemiddelde leeftijd van de bevolking in 1850 zou berekenen, dan trap je al snel in de valkuil dat je denkt dat de gemiddelde levensverwachting slechts 38 jaar is voor een kind dat dat jaar werd geboren. Dat klinkt schokkend laag, maar wees je ervan bewust dat die cijfers sterk worden beïnvloed door de hoge kindersterfte in die tijd. En daarbij: een gemiddelde is iets heel anders dan een levensverwachting.
In de 19e eeuw stierven er veel kinderen door mazelen, pokken en roodvonk voordat ze hun 5e jaar bereikten. Sterker nog, in de jaren 1860 werd 1 op de 5 kinderen niet ouder dan 5 jaar. Ook jong-volwassenen waren kwetsbaar voor ziekten die nu te voorkomen zijn, en waren bevallingen een groot risico voor zwangere vrouwen.
Overleven na de “gevaarlijke jaren”
Maar als iemand erin slaagde de kinderjaren te overleven en dat de grootste gezondheidsrisico’s van die tijd aan hun voorbij waren gegaan, waren de kansen om oud worden best groot. Volgens historicus Mary Miley Theobald was je, als je de leeftijd van 40 bereikte in 1850, nog lang niet aan het einde van je leven. Je levensverwachting op dat moment was zelfs rond de 68 jaar; dat scheelt maar een paar jaar met de huidige levensverwachting.
‘Ouderdom is niet hoe oud je bent, maar hoe oud je je voelt.‘
Uit de statistieken blijkt dat veel mensen in de 18e en 19e eeuw zo’n 70, 80 of zelfs ouder werden. Of het nu kwam door een natuurlijke immuniteit, geluk of simpelweg kunnen ontsnappen aan de heersende epidemieën, ouderdom was niet zo zeldzaam als we denken.
Maar dit betekent niet dat het leven makkelijk was. Onze voorouders hadden nauwelijks medische zorg en velen moesten zware fysieke arbeid verrichten. Maar ze leefden niet in een wereld waar niemand oud werd. Ook waren huishoudens waarin meerdere generaties bij elkaar woonden en waar iedereen een actieve rol speelde, heel gewoon.
Oude voorouders in mijn stamboom
In mijn stamboom heb ik veel voorouders die in 19e, 18e en 17e eeuw minstens 70 jaar of ouder werden. Hieronder een greep uit een lange lijst:
- Agneta Ruts – mijn stamovergrootmoeder – 2 januari 1600 – 27 december 1685 = 86 jaar
- Joannes Lippens – mijn stamgrootvader – 2 juli 1624 – 26 augustus 1712 = 88 jaar
- Marretje Joosten Kolk – mijn stammoeder – 16 oktober 1672 – 12 december 1759 – 87 jaar
- Diebold Bieckardt – mijn oudovergrootvader – 9 april 1676 – 2 mei 1759 = 83 jaar
- Jannetje Buttelaar – mijn stammoeder – 3 september 1684 – 25 april 1771 – 86 jaar
- Petrus van Nevel – mijn oudgrootvader – 14 november 1729 – 30 november 1818 = 89 jaar
- Carel Aeijelts – mijn oudgrootvader – 20 december 1735 – 19 september 1827 = 91 jaar
- Hendrik Jan Averink – oom van mijn oudmoeder – 19 februari 1772 – 2 januari 1858 = 85 jaar
- Johanna Boetberg – mijn betovergrootmoeder – 24 november 1773 – 27 november 1855 = 82 jaar
- Friedrich Wilhelm Krull – mijn betovergrootvader – 2 augustus 1807 – 5 februari 1890 = 82 jaar
Gemiddelde berekenen is onzin
Natuurlijk hebben moderne geneeskunde en verbeterde leefomstandigheden de levensverwachting veranderd. Maar het is belangrijk om je te realiseren dat onze voorouders niet gemiddeld op hun 30e jaar stierven. Ze rouwden wel vaker om het verlies van kinderen en jonge volwassenen, maar velen van hen werden best oud, ook voor huidige standaards.
Het betekent ook dat je niet moet aannemen dat als een persoon van de aardbodem lijkt verdwenen, deze dus jong is gestorven. Als hij bijvoorbeeld in 1850 45 jaar was, is de kans best reëel dat hij de 80 heeft gehaald.
Kortom, de bepaling van een gemiddelde leeftijd geeft een compleet verkeerd beeld – het is onzin om dat überhaupt te berekenen – en het is heel wat anders dan een uiteindelijke levensverwachting.
Kijk eens in je eigen stamboom hoeveel en welke voorouders en familieleden ouder dan 80 jaar zijn geworden. Ik vermoed zo dat je erg verrast zal zijn!
Lees ook
De mythe dat onze voorouders niet oud werden is onjuist























































