Op zoek naar doodsoorzaken in het buitenland
In Nederland hebben we de zogenaamde doodsbriefjes en in België de aangifteformulieren van overlijden. Daarnaast kennen we in beide landen zogenaamde doodsoorzakenregisters. Voor de negentiende en twintigste eeuw zijn dit interessante bronnen om zo de doodsoorzaak van je voorouders te achterhalen.
Maar wat nou als je voorouders van buiten Nederland of België komen? Hoe kan je nu de doodsoorzaak achterhalen van iemand die bijvoorbeeld in Manchester, Odense of in Stuttgart is overleden? In dit artikel geven we je een aantal tips voor bronnen in de ons omringende landen, waarmee je doodsoorzaken kan achterhalen.
In Duitsland zoeken naar doodsoorzaken
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: in Duitsland werd de burgerlijke stand relatief laat ingevoerd. In Pruisen in 1874 en in de rest van het Duitse Keizerrijk in 1876. Vanaf die periode zijn documenten als die in Nederland en België bijgehouden. In de zogenaamde Belegakten of Sammelakten, documenten die samen met de registers van de burgerlijke stand bewaard werden, vindt men nog Totenscheine, Leichen(schau)scheine of Todesbescheinigungen.
Deze documenten zijn vergelijkbaar met de doodsbriefjes en aangifteformulieren. Op deze formulieren werd door een arts de doodsoorzaak genoteerd. In de toegangen op de archieven van de gemeentebesturen – Findbuch des Gemeindearchivs – kan je deze doorgaans vinden, of nog bij de burgerlijke stand zelf, als ze bewaard zijn gebleven.

Voor de periode voor de invoering van de Personenstand, zo werd namelijk de burgerlijke stand vanaf 1874 genoemd, kan je voor bepaalde regio’s ook nog andere bronnen vinden. In het Koninkrijk Württemberg bijvoorbeeld werden zogenaamde Zweitschriften der Kirchenbücher bijgehouden en in Mecklenburg Kirchenbuchduplikate. Deze registers bevatten per levensgebeurtenis méér informatie, dus ook de doodsoorzaak.
In Denemarken doodsoorzaken vinden
Vergelijkbaar met Duitsland, Nederland en België zijn ook voor Denemarken dergelijke briefjes bewaard gebleven, waarop de schouwarts de doodsoorzaak noteerde. Deze Dødsattester werden vanaf 1840 opgemaakt, maar voor de grote steden zijn ze vaak slechts vanaf 1876 bewaard gebleven. Via de website van het Rigsarkivet kan je veel van deze overlijdensattesten voor de periode na 1876 digitaal raadplegen.
Voor Kopenhagen zijn er naast de Dødsattester ook nog Begravelsesprotokoller, oftewel begrafenisprotocollen, bewaard gebleven. Van iedereen die in Kopenhagen overleed, werd tussen 1861 en 1942 bijgehouden wat de doodsoorzaak was, vaak aangevuld met een hoop extra interessante informatie, zoals geboorteplaats, naam partner, adres.
Engeland, Wales en Schotland
De situatie in het Verenigd Koninkrijk is heel anders dan die op het deel van het Europese vaste land dat zojuist ter sprake kwam. Vergelijkbaar met de Verenigde Staten werd op de overlijdensakte zelf, de Death certificate, genoteerd waaraan iemand was overleden. In Engeland en Wales werden de overlijdensakten vanaf 1837 bijgehouden, in Schotland vanaf 1855, maar pas vanaf 1856 werd de doodsoorzaak erop genoteerd. In Schotland werden deze Statutory Registers of Deaths genoemd.
Bronnen voor onderzoek
Meer lezen of zien?
- Belegakte, CompGen Wiki
- Standesbücher, Landesarchiv Baden-Württemberg
- Dødsattester – Kom godt i gang!, Rigsarkivet
- Begravelser i hele København 1861-1942, Københavns Stadsarkiv
- England Civil Registration, FamilySearch Wiki
- Wales Civil Registration, FamilySearch Wiki
- Scotland Civil Registration, FamilySearch Wiki
Lees ook
Op zoek naar doodsoorzaken in het buitenland





























