Namenregister van de slachtoffers van de ‘Delftse Donderslag’ (1654)
Op maandagochtend 12 oktober 1654, rond kwart over tien, veranderde de binnenstad van Delft in een landschap. Een enorme explosie, die de geschiedenis in zou gaan als de Delftse Donderslag, sloeg een gapend gat in de stad die zelfs hoorbaar was op Texel.
De fatale oorzaak in het ‘Secreet van Holland’
De ramp ontstond in het voormalige Sint-Claraklooster, waar het Secreet van Holland was gevestigd: een grotendeels ondergrondse opslagplaats voor buskruit. De beheerder Cornelis Soetens betrad die ochtend de kelders om een monster kruit te nemen. Hoewel de exacte details nooit zijn opgehelderd, gaat het verhaal dat vonken van zijn brandende lantaarn de 80.000 tot 90.000 pond buskruit lieten ontploffen. Van de kruittoren zelf bleef niets over; op die plek ontstond een diepe kuil met water.
Een donderslag hoorbaar tot op Texel
Wat deze buskruitramp zo bijzonder maakt, is de ongekende kracht van de explosie. Want volgens de overlevering was de klap hoorbaar tot op Texel. Met name de noordoostelijke hoek van de stad werd volledig met de grond gelijk gemaakt. Aan de Verwersdijk en de Doelenstraat bleef geen gebouw overeind. Zelfs de glas-in-loodramen van de Oude en Nieuwe Kerk sneuvelden door de schokgolf.
Uiteindelijk is het exacte aantal slachtoffers nooit definitief vastgesteld, maar historici schatten dat er honderden doden vielen. Opvallend is dat veel mensen nooit werden teruggevonden (of alleen lichaamsdelen) of waren onherkenbaar verminkt. Overigens was één van de slachtoffers de bekende schilder Carel Fabritius die in zijn atelier in de Doelenstraat aan het werk was. Hij werd zwaargewond onder het puin vandaan gehaald en overleed kort daarna.
‘Buskruit is de ultieme herinnering aan de destructieve kracht van menselijke vindingrijkheid.‘
Namenregister van schadevergoedingen voor 2555 slachtoffers
Terwijl dominees de ramp bestempelden als een ‘straf van God’, zorgde de gemeente voor een materiële pleister op de wonden voor de duizenden slachtoffers.
Een bijzondere bron is het namenregister van de 2555 slachtoffers die een schadevergoeding ontvingen van de gemeente. Overigens onderstreept dit aantal de enorme schaal van de ramp. Want nagenoeg ieder gebouw in de binnenstad liep schade op of werd weggevaagd.
Een overzicht van de belangrijkste onderdelen van deze regeling:
- Financiële steun van de overheid: De Staten van Holland en West-Friesland stelden een bedrag van 100.000 gulden beschikbaar voor de wederopbouw en schadevergoeding. Volgens de bronnen vergoedden de Staten hiermee de geleden schade, waarbij het stadsbestuur de leiding nam over het herstel en de herinrichting van het verwoeste stadsdeel.
- Landelijke en lokale collectes: Om de Delftse bevolking te helpen, werd er niet alleen in Delft een collecte gehouden, maar ook in andere steden in Holland. Dit geld werd direct ingezet voor de getroffenen en de wederopbouw van het terrein, die uiteindelijk enkele jaren in beslag nam.
- Materiële hulp voor de armsten: Vermogende burgers kochten duizenden dakpannen op om deze uit te delen aan de ‘kleine luiden’ (de minderbedeelden) wiens huizen beschadigd waren, aangezien van honderden huizen de daken waren weggeblazen door de enorme schokgolf. Opvallend feit is dat sommige van deze bouwmaterialen later tegen woekerprijzen op de markt werden doorverkocht.
Dat duizenden burgers aanspraak maakten op een vergoeding, onderstreept hoe diep de ramp de gehele stadsgemeenschap raakte.
De wederopbouw na de ‘Delftse Donderslag’
Bij de wederopbouw kreeg het verwoeste gebied een nieuwe indeling, waarbij de Paardenmarkt en het Doelenplein ontstonden. De verwoeste noordoosthoek van Delft kreeg een blijvend ander uiterlijk. Daarbij verrezen op de meeste plaatsen nieuwe woningen, maar een groot deel bleef onbebouwd en staat sindsdien bekend als de Paardenmarkt. Tenslotte verhuisden andere belangrijke gebouwen, zoals die van de schutterij, naar nieuwe locaties in de stad.
Om herhaling te voorkomen, verbood het stadsbestuur kruitopslag in de stad en bouwde men het nieuwe kruithuis op een veilige afstand — ‘op een kanonschot’ — buiten de stadsmuren.
De administratieve kant van dit herstel was enorm, wat blijkt uit het namenregister die je kan terugvinden in het stadarchief van Delft. Deze lijst bevat de namen van alle slachtoffers die een schadevergoeding van de gemeente ontvingen. Het stadsbestuur leidde dit proces en maakte de getroffen wijken met financiële steun van de overheid weer leefbaar.
Bronnen voor onderzoek

Lees ook
Namenregister van de slachtoffers van de Delftse buskruitramp (1654)























































