Toegang tot oorlogsarchief (CABR) een stap dichterbij

CABR krijgt eindelijk groen licht

Erik Dijkstra

Auteur van de boekenserie "Zichtbaar Verleden"

Yory donatie

Toegang tot oorlogsarchief (CABR) een stap dichterbij

CABR-dossiers eindelijk digitaal toegankelijk? Voorgeschiedenis, stand van zaken en vooruitblik

Op 17 november 2025 gaf de Raad van State groen licht voor een wetsvoorstel dat digitale publicatie van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) mogelijk maakt. Daarmee zouden de meer dan 450.000 oorlogsdossiers van Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog verdacht werden van collaboratie eindelijk digitaal toegankelijk kunnen worden.

Het is weer een stap in het jarenlang slepende debat over de openbaarmaking van het CABR. In Zichtbaar Verleden – editie Tweede Wereldoorlog besteedden we al uitgebreid aandacht aan dit complexe archief. Maar waar staan we nu, en wat staat er in 2026 te gebeuren? Een korte terugblik, de huidige status én een vooruitblik op het komende jaar.

Een korte voorgeschiedenis

Al in 1943 bedacht de Nederlandse regering in ballingschap dat er een speciale strafrechttoepassing moest komen voor diegenen die zich tijdens de oorlog schuldig hadden gemaakt aan collaboratie, hoog- en landverraad en oorlogsmisdaden. In datzelfde jaar werd dan ook via een viertal besluiten de bijzondere rechtspleging ingesteld. In het najaar van 1944, toen zuidelijk Nederland werd bevrijd, begon meteen de daadwerkelijke vervolging. Na de landelijke bevrijding in mei 1945 kreeg het stelsel een nationale structuur. Er kwamen lokale opsporings- en onderzoeksdiensten, zoals de Politieke Opsporingsdiensten (POD’s) in 1945. Zij werden in de loop van 1946 vervangen door de meer ervaren Politieke Recherche Afdelingen (PRA’s) en de Politieke Recherche Afdelingen Collaboratie (PRAC’s). Deze lokale diensten stonden vanaf 1945 onder leiding van de procureur-fiscaal (PF), een speciale openbaar aanklager.

De PF kreeg vanaf oktober 1945 de bevoegdheid om zelf zaken af te handelen, omdat de interneringskampen nog steeds te vol zaten en de rechtbanken meer werk hadden dan ze aankonden. Er waren vijf procureurs-fiscaal, die verbonden waren aan een van de vijf Bijzondere Gerechtshoven, gevestigd te Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden.

Bijzonder Gerechtshof

Als de PF’s zaken niet zelf afhandelden, bepaalden zij naar welke rechtbank een zaak ging: naar een tribunaal of een Bijzonder Gerechtshof. De tribunalen behandelden zaken van personen die verdacht werden van collaboratie, zoals lidmaatschap van de NSB of het openlijk steunen van de Duitse bezetter. Ze konden onder andere internering (gevangenisstraf) van maximaal tien jaar opleggen en vermogen afnemen. Ook konden ze (tijdelijk) bepaalde burgerrechten afnemen, zoals het kiesrecht, het bekleden van publieke ambten of het dienen in het leger. Als de uitspraak van een tribunaal definitief was, was er geen beroep meer mogelijk. Er waren negentien tribunalen.

Voor een Bijzonder Gerechtshof verschenen personen die verdacht werden van misdrijven zoals verraad, moord of vrijwillige dienstneming in het Duitse leger. De vijf Bijzondere Gerechtshoven konden dezelfde soort straffen opleggen als de tribunalen, maar ook langere gevangenisstraffen en de doodstraf.

Slechte documentatie

Iemand kon op verschillende manieren een verdachte worden. Het verzet maakte lijsten van mensen die zij berecht wilden zien en burgers konden zelf aangifte doen. Bij arrestaties werd niet altijd gekeken of de verdenking terecht was en arrestaties werden slecht gedocumenteerd. In de chaotische periode na de bevrijding werden in korte tijd tienduizenden personen in voorarrest geplaatst in interneringskampen. De omstandigheden in deze kampen waren zeer slecht. Het duurde vaak maanden of zelfs langer voor een zaak werd behandeld.

Toen in 1948 de taken van de lokale opsporingsdiensten overgingen naar de reguliere politie, werd de bijzondere rechtspleging in fases afgebouwd en overgedragen aan het reguliere rechtssysteem. Ook de tribunalen hielden in 1948 op te bestaan: hun taken en bevoegdheden werden overgenomen door kantongerechten. De Bijzondere Gerechtshoven werden tussen 1949 en 1950 opgeheven. Speciaal ingestelde bijzondere strafkamers bij de arrondissementsrechtbanken namen hun zaken over. Hiermee kwam ook een einde aan de functie van procureur-fiscaal. Zijn taken gingen naar de officieren van justitie bij de arrondissementsrechtbanken. De dossiers met onderzoeksrapporten, verhoren, bewijsmateriaal en rechtbankverslagen werden ondergebracht in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging.

Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging

Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) bestaat uit dossiers van ongeveer 425.000 personen die tussen 1944 en 1952 wegens collaboratie werden onderzocht. Het CABR is ondergebracht bij het Nationaal Archief en was beperkt openbaar tot 1 januari 2025. In het kader van het project Oorlog voor de Rechter, een samenwerkingsverband van het Nationaal Archief, het WO2Net, het Huygens Instituut en het NIOD, werd gewerkt aan openbaarmaking van het archief vanaf 2025. In september 2023 werd gestart met het volledig digitaliseren van het archief. Het is een enorme operatie die naar verwachting pas in 2027 gereed zal zijn.

Het archief zou aanvankelijk vanaf 2025 volledig online beschikbaar zijn. Maar dit plan is herzien na een waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De toezichthouder uitte zorgen over de privacy van de nabestaanden van de zogenoemde collaborateurs. Als gevolg van de waarschuwing van de AP werden de gedigitaliseerde dossiers van het CABR niet, zoals gepland, op 2 januari 2025 online gepubliceerd. Volgens de AP zou met het online publiceren van persoonsgegevens van mogelijk nog levende personen die voorkomen in het archief inbreuk worden gemaakt op bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Geen informatie over nog levende mensen

Het project publiceerde echter geen dossiers van personen die nog in leven zijn. Het probleem van de AP lag bij het online publiceren van nog levende mensen over wie geen dossier is aangemaakt. Zij zijn niet zelf onderzocht op collaboratie en/of aangeklaagd door de Bijzondere Rechtspleging, maar komen wel als getuige of familielid voor in dossiers van overleden dossierhouders. Deze personen zijn vrijwel niet te identificeren.

Door de blokkade van het AP werd de digitale publicatie van het CABR-archief (dat in januari 2025 online zou gaan) stilgelegd. Het Nationaal Archief publiceerde vorig jaar wel de namen van de ongeveer 425.000 personen die als ‘verdachte’ in die dossiers voorkomen. Nog levende personen werden toen vanwege privacywetgeving uit die namenindex verwijderd.

Besluit van de Raad van State in november 2025

Voormalig minister Eppo Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, NSC) stuurde daarop een wetsvoorstel tot wijziging van de Archiefwet 1995 naar de Raad van State. Hiermee wordt digitale publicatie, ook wanneer er nog levende ‘verdachten’ in voorkomen, alsnog mogelijk voor archieven die betrekking hebben op zeer ernstige gebeurtenissen, zoals genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. In zulke gevallen weegt het publieke belang van digitale openbaarheid zwaarder dan de privacy van nog levende betrokkenen.

De Raad van State noemt in november 2025 de manier waarop dat in het wetsvoorstel is geregeld “een zorgvuldige en evenwichtige afweging van grondrechten, waarden en belangen die in het geding zijn”. De Raad adviseert om in de wet duidelijker vast te leggen onder welke voorwaarden ‘beperkt openbare’ archieven digitaal mogen worden gepubliceerd. Die voorwaarden kunnen per archief worden uitgewerkt in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Daarbij kan de archivaris kijken naar hoe oud het archief is, waarom digitale publicatie maatschappelijk belangrijk is en welke gevolgen dit kan hebben voor de genoemde personen.

Volgens de Raad van State mag dit niet alleen aan de archivaris worden overgelaten, maar moet het in de wet zelf worden geregeld. Daarom adviseert de Raad om het wetsvoorstel eerst aan te passen voordat het naar de Tweede Kamer gaat. Pas als de wetswijziging is goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer, kan verder gewerkt worden aan digitale publicatie van dat CABR-archief. Het wetsvoorstel gaat naar verwachting begin volgend jaar naar de Tweede Kamer.

Vooruitblik naar 2026

Sinds begin 2025 kunnen onderzoekers en nabestaanden bij het Nationaal Archief in Den Haag terecht voor onderzoek in de CABR-dossiers. Voor veel, vooral oudere, onderzoekers uit de provincie is een reis naar Den Haag echter een te grote drempel.

Begin 2026 verbetert dit: het aantal plekken waar dossiers ingezien kunnen worden, wordt uitgebreid naar elf regionaal-historische centra verspreid over het hele land. Zij krijgen elk de beschikking over twee terminals waarmee de tot dan toe gedigitaliseerde dossiers in kunnen worden gezien. Ook het NIOD krijgt twee plekken. Vanaf begin februari 2026 kunnen deze plekken worden gereserveerd. Zo wordt het archief toegankelijker voor een breder publiek.

Toch is het belangrijk om te beseffen dat het nog enkele jaren zal duren voordat het gehele CABR-archief volledig digitaal beschikbaar is. Tot die tijd blijft fysiek onderzoek op verschillende locaties noodzakelijk en zullen onderzoekers vaak een combinatie van archieven en andere bronnen moeten raadplegen om een volledig beeld van een dossier te krijgen.

Onderzoek in het CABR: een stappenplan

Sinds 1 juli is het gedigitaliseerde deel van het CABR te doorzoeken in de studiezaal van het Nationaal Archief. Er zijn vijf beveiligde computers waarop gezocht kan worden. Maar hoe pak je dat aan? Volg daarvoor onderstaande stappen

1. Oriënteren op oorlogvoorderechter.nl

  • Ga naar oorlogvoorderechter.nl.
  • Zoek in de namenlijst naar de door jou gezochte personen. Je kunt hier zoeken naar personen die geboren zijn vóór 1915 en personen die geboren zijn na 1915 én aantoonbaar overleden zijn.
  • Achter de namen in de zoekresultaten staan ook geboorteplaats- en datum.
  • Klik op de desbetreffende naam om de persoonspagina te bekijken met de betreffende dossiernummers.

2. Stukken reserveren bij het Nationaal Archief

  • Klik op de inventarisnummers. Je wordt doorgeleid naar de website van het Nationaal Archief (NA). Je hebt een (gratis) account nodig om de dossiers te kunnen reserveren. Je kunt meerdere dossiers aanvragen.
  • Je kunt na het invullen van het reserveringsformulier een tijdslot van ongeveer drie uur aanvragen om de dossiers bij het NA in te zien. De wachttijden van enkele maanden in begin 2025 zijn niet meer van toepassing, het is momenteel mogelijk om binnen enkele dagen een plek te reserveren.

3. Onderzoek doen in het Nationaal Archief

  • Omdat de dossiers beperkt openbaar zijn mag je geen fotokopieën maken. Je kunt de tekst overtypen- of schrijven. Het meenemen van een pen in de studiezaal is niet toegestaan.
  • Noteer zoveel mogelijk. Wat in eerste instantie niet relevant lijkt, kan later toch belangrijk blijken te zijn. Noteer ook de betreffende dossiernummers.

4. Onderzoek doen in regionaal-historische centra (vanaf 02-02-2026)

Vanaf 2 februari 2026 kun je het CABR raadplegen op twaalf extra locaties in het land, naast het Nationaal Archief in Den Haag. Op beveiligde computers bij deze archieven zijn de CABR-dossiers digitaal in te zien. Let op: de originele papieren dossiers blijven alleen toegankelijk in Den Haag. Het gaat om de volgende locaties (reserveer je plek via hun website):

Wat kun je tegenkomen in een CABR-dossier?

Een CABR-dossier bevat juridische én persoonlijke documenten. Vooraan in het dossier staat meestal de uitspraak, bijvoorbeeld een vonnis met de straf of een buitenvervolgingstelling. Soms zijn er meerdere vonnissen als iemand in beroep of cassatie is gegaan.

Daarnaast bevat het dossier dagvaardingen, proces-verbalen en verhoren van de verdachte en getuigen. Ook persoonlijke stukken uit de bezettingstijd komen voor, zoals foto’s, brieven, dagboeken, agenda’s en lidmaatschapsbewijzen van NSB-organisaties. Veel dossiers bevatten bovendien brieven van familie, vrienden of buren waarin zij probeerden de verdachte vrij te krijgen.

Belangrijk om te weten

  • In de namenlijst is niet vastgelegd welke personen zijn veroordeeld en welke niet, of er een verdenking was en zo ja wat deze was. Deze informatie staat in de dossiers van onderzochte personen.
  • Een aantal dossiers uit het CABR is in de studiezaal van het Nationaal Archief digitaal te bekijken en te doorzoeken. Staat er op de website Oorlog voor de Rechter achter een inventarisnummer ‘Gescand’, dan is het dossier digitaal te bekijken.
  • Vanwege privacywetgeving zijn personen die niet (aantoonbaar) zijn overleden niet vindbaar in de namenlijst. Het gaat om personen die minder dan 110 jaar geleden zijn geboren en van wie onbekend is of ze zijn overleden.
  • Om verwarring te voorkomen zijn personen zonder dossier niet vindbaar. Als tijdens het digitaliseren de dossiers van deze personen alsnog worden gevonden, worden deze personen weer toegevoegd.

Andere relevante archieven

Het CABR is een van de meest geraadpleegde oorlogsarchieven van Nederland, maar een dossier vertelt nooit het hele verhaal van een persoon. Het is vooral een juridisch archief: het laat zien wat tijdens de bijzondere rechtspleging is onderzocht en vastgelegd.

Wie echt wil begrijpen wat er achter de dossiers schuilt, kan ook andere bronnen raadplegen. In het archief van het Nederlandse Beheersinstituut vind je bijvoorbeeld informatie over het beheer van vermogen. Het archief van de Stichting Politieke Delinquenten bevat gegevens over de zuivering van ambtenaren en politie en over reclassering. Ook brieven, familiearchieven, gemeentelijke dossiers en kranten kunnen verrassende aanvullingen bieden.

Bronnen voor onderzoek

Toegang tot oorlogsarchief (CABR) een stap dichterbij

Reageer op dit artikel
Opmerkingen over artikel
Schrijf mij in voor de nieuwsbrief (iedere 2 maanden)
Bezig met versturen

Wil je een donatie doen?

Yory is non-profit, maar de kosten zijn zeker € 750 per jaar. Met donaties kan dit platform blijven bestaan.

Yory donatie banner vierkant
ZOEK