Mijn 20-er jaren: eenzaam in een kil en liefdeloos huwelijk
Veel mensen weten het niet, maar ik was al vrij jong getrouwd. Op m’n 19e (1984) leerde ik M kennen, een jaar later gingen we samenwonen, en twee jaar later vroeg hij mij ten huwelijk. Onze relatie duurde 11 jaar en terugkijkend op die periode ben ik geen één dag gelukkig geweest.
1984 – hoe het is begonnen
In de zomer van 1984 leerde ik M kennen op een feestje van de musical werkgroep Star van Jos Brink en Frank Sanders. Hij was een vriend van Koen van Dijk die hem daar introduceerde omdat hij gitaar speelde. Hij zou in de band gaan spelen, maar daar had hij al snel geen zin meer in.
Tijdens onze verkeringstijd liet mijn moeder duidelijk blijken dat ze niet van hem gecharmeerd was. Ze vond hem egoistisch, bot en niet lief tegen mij. En och, wat had ze gelijk. Maar uit puberale onzekerheid was ik niet in staat om dit toe te geven, met als gevolg dat ik volledig in de weerstand ging. Kortom, er was veel ruzie.
Andersom was het ook geen koek-en-ei. M’s moeder vond mij maar uitbundig, vrijpostig en veel te brutaal voor haar zo braaf opgevoede zoon. Alhoewel M zich verzette tegen zijn katholieke opvoeding, was het voor haar een dubbele teleurstelling dat ik atheïstisch was opgevoed. Door onze volhardendheid dat we echt voor elkaar hadden gekozen, werden we ‘dan maar’ in de families opgenomen. Ik moet toegeven dat ik pas veel later respect heb gekregen hoe onze moeders daarmee zijn omgegaan, want we waren niet altijd even makkelijk.
Naast de emotionele botsmomenten, kregen we in het eerste jaar al snel te maken met zwaar familieverdriet. M’s vader bleek ongeneeslijk ziek en overleed in januari 1985 op 52-jarige leeftijd na een kort maar heftig ziekbed. Pas dertig jaar later ontdekte ik wat voor een impact zijn overlijden op mijn levenspad heeft gehad.
1985 – van begrafenis naar begrafenis
Een jaar later gingen we samenwonen in A’dam-Oost, in de Domselaerstraat op 3-hoog. Mijn moeder vond het verschrikkelijk dat ik van Buitenveldert naar Oost ging, maar schoonmoeder vond het geweldig, want het was letterlijk bij haar om de hoek. Voor mijn moeder was dit sowieso een zware periode, want twee maanden later vertrok mijn vader naar een eigen woning (scheiding van tafel en bed), en een half jaar later ging mijn zus Wilma samenwonen – nota bene ook in A’dam-Oost. Voor mama was het dus een Empty Nest in drievoud.
Ondertussen hadden M en ik bijna ieder half jaar wel ergens een begrafenis van familie of vrienden. Alsof er iets in de lucht hing, leken jong en oud achter elkaar bij bosjes neer te vallen.
Het overlijden van Nina Zwager
Eén van die overlijdens werd voor mij een trieste eye-opener hoe M daadwerkelijk in elkaar stak. In januari 1991 overleed Nina Zwager, een goede vriendin van mij en Wilma. Nina was pas 29 jaar jong toen ze tijdens een repetitie bij Jos Brink en Frank Sanders ineens in elkaar zakte door een dodelijke hersenbloeding. Natuurlijk wilde ik direct naar het ziekenhuis, waar inmiddels ook de rest zich had verzameld. Maar M weigerde me naar het VU te brengen (ik had toen nog geen rijbewijs), want ‘hij moest studeren. Hij zat op de avond-HTS waar alles voor moest wijken, zo ook ik. Na veel ruzie, en die avond op het allerlaatste moment, bracht hij me dan toch maar weg. Ik zie nog de opluchting bij de anderen dat ik eindelijk binnen kwam lopen. M’n moeder en Wilma waren woest op M, en ik ook.
Deze verdrietige situatie deed me diep van binnen inzien dat hij inderdaad, na het zoveelste voorval, een grote botte egoïst was. Maar gek genoeg realiseerde ik me niet dat ik zelf uit dit huwelijk kon stappen. Om ons heen gingen veel bevriende stellen uit elkaar, maar op de een of andere manier pikte ik alles maar, zonder bewust te zijn dat ik een keuze had. En dan vaak net als de typerende uitspraak van Martine Bijl: ‘ach, hij bedoelt het niet zo’. Vooral dat.
Over typerend gesproken; M was bijna altijd chagarijnig en snauwerig. Maar omdat ik uit een gezellig en humorvol gezin kwam, vond ik zijn gedrag maar moeilijk om mee om te gaan. Ik begreep het ook niet, zeker niet als de omstandigheden juist wel gezellig waren. Hij wilde nooit wat leuks doen, want hij had ‘geen zin’. Hij had een soort van desinteresse over zich waardoor ik me totaal niet belangrijk of gezien voelde. Later bleek dat ook zo te zijn.
Ik stond er helemaal alleen voor
Een half jaar na het overlijden van Nina overleed mijn vader. Hoe dat is verlopen vertel ik in een ander artikel, maar dat het verdrietig was is een understatement. Wilma en m’n moeder waren inmiddels vier handen op één buik en waren al enkele jaren met hem gebroken. Ik was nog de enige van ons gezin die contact met hem had. Alles was zo ingewikkeld geworden, en ik stond er helemaal alleen voor. Ik had geen vriendinnen noch een sociaal leven, want alles moest wijken voor zijn avondschool. Ik kreeg van niemand steun, kon bij niemand m’n ei kwijt. Mijn innerlijke schreeuw om troost kreeg nergens gehoor, dus schoof ik het maar opzij.
Jarenlang zat ik tussen meerdere vuren. Een verbrokkelde band met mama die het ook zwaar had, maar wat ik niet zag. Veel ruzie met schoonmoeder, die op haar beurt weer onenigheid had met mijn moeder. Het was meer dan een acrobatische act om te blijven schipperen tussen botte M en de rest. Ik was aan het overleven, volhardend, dat wel, maar stond tegelijkertijd kwetsbaar aan de zijlijn. Ik voelde me volledig gediskwalificeerd als dochter, schoondochter, zus en echtgenote.
M ging lekker zijn gang, had een leuke baan en vond de avondschool geweldig. En als er dan thuis ook nog alles voor je geregeld wordt, dan heb je het toch best goed voor elkaar. Van huis uit was hij superverwend, en dat patroon kopieerde zich heel geniepig door naar mij. Pas jaren na de scheiding zag ik dat dit huwelijk van iedere hoek tot minuut op alle vlakken tropenjaren zijn geweest.
Als een kaartenhuis
Triest genoeg dreef ik steeds verder weg van mama en Wilma, mede omdat M steeds meer duiten in de zakjes begon te doen, en ik me steeds meer gedwongen voelde om hem te verdedigen. Ik was een onzekere twintiger, naarstig op zoek in een wereld zonder liefde naar de liefde. De eenzaamheid verscheurde me, maar ik was me er niet van bewust. Ik was niet alleen alle schotels in de lucht aan het houden, maar was tegelijkertijd ook de connectie met mijzelf kwijt. Het was dan ook niet zo raar dat ik zo vaak ziek was; het voelde alsof mijn innerlijke wezen als een kaartenhuis meedogenloos en tergend langzaam in elkaar aan het storten was.
Over ziek zijn gesproken: het kwam regelmatig voor dat ik ziek op bed lag en M niet eens een boterham voor me wilde maken, want meneer wilde niets van de film missen. Of moest studeren. Of was aan het gitaarspelen. En nog erger, hij vond maar dat ik me aanstelde. Doodziek van de griep, en daar bovenop nog letterlijk aan den lijve ondervinden dat een film op tv belangrijker is dan ik, is een koude en vooral huiveringwekkende levensles kan ik je zeggen. Menig vrouw was allang opgestapt, maar ik pikte het.
Mijn nooit plaatsgevonden surpriseparty
In 1988 werd M 25 jaar. Natuurlijk ging ik over de top om hem in het zonnetje te zetten, want spontaniteit was mijn handelsmerk. De avond begon met een verrassingsdiner in een Grieks restaurant, waar ik met een komische twist – met samenspan met de manager – hem een vrij dure elektrische gitaar cadeau gaf. En natuurlijk stonden er bij thuiskomst 20 jubelende vrienden voor hem te juichen; de supriseparty was geslaagd.
Twee jaar later was ik aan de beurt. Stiekem hoopte ik ook op een grote verrassing, maar omdat ik wist dat spontaniteit niet in zijn woordenboek stond, verwachte ik niet al te veel. Maar wel iets. Wat gebeurde er? Niets. Nee echt, niets, helemaal niets. Zelfs geen etentje. Geen feestje. Er kwam wel een cadeautje, daar kon hij niet onderuit. Maar op de avond van mijn 25e verjaardag zaten we op de bank tv te kijken. Dat ik zo af en toe even naar de wc ging om de deceptie weg te janken, had hij natuurlijk niet door.
Ik weet nog goed dat ik de volgende dag op m’n werk niets tegen m’n collega’s durfde te zeggen. Ik voelde me ondergedompeld in een verstikkend bad van diepe schaamte. Dat ik was getrouwd met zo’n schoft die z’n vrouw zó laat vallen op haar 25e verjaardag, hoe dom kan je zijn om dat te accepteren? Dus hield ik m’n mond stijf dicht om te voorkomen dat ze erachter kwamen. Ook tegenover mama, maar zij liet zich niet voor de gek houden. ‘Ach mam, hij is druk met werken en studeren, het geeft niets hoor’. Maar dat deed het wel. Ze was voor de zoveelste keer woest en vooral verdrietig.
Er zijn ontelbare situaties geweest waar hij me voor schut zette, afzeek of negeerde. Hij had er namelijk nogal een handje van om in gezelschap ‘grapjes’ over me te maken. Van die kwetsende, beledigende tenenkrommende grapjes die dubbel zo hard binnenkomen als je toch al onzeker bent. Want ondanks dat ik geen tekort had aan mannenaandacht, voelde ik me van top tot teen een onzeker meisje. Het ‘leven vanuit je eigen kracht’ was voor mij volledig vreemd. En al die positieve mannenaandacht – ik begreep werkelijk niet wat ze in mij zagen. Wie, ik? Leuk? Spontaan? Grappig? Spetter? Lekker ding? Je hebt het vast over iemand anders.
Amore in Rome
De breuk kwam toen hij voor zijn werk om de twee weken drie weken naar Rome vertrok. Ik maakte me totaal geen zorgen, want daarvoor hadden we nog een fijn gesprek gehad over elkaar vertrouwen. Maar dat maakte na enkele dagen een onomkeerbare draai van maar liefst 380 graden. Na zijn telefoontje, waarin hij vertelde dat hij het (wel erg) naar z’n zin had en hij het (wel erg) goed kon vinden met een Italiaanse medewerkster, wist ik het direct. Mijn 10-jarig huwelijk is voorbij.
En inderdaad, na enkele weken werd ik met een telefoontje aan de kant gezet, ingeruild voor een Italiaanse schone. Heel subtiel ging hij daar niet mee om; als hij weer in Nederland was stuurde ze haar liefdesbrieven gewoon naar ons adres, die vervolgens open en bloot op de keukentafel belandde. Hij plunderde onze spaarrekening met duizend gulden per week, en vervolgens bleef ik achter in een dure huurwoning in Amstelveen.
Al na drie maanden vroeg hij echtscheiding aan. Ik heb nog enkele relatietherapiesessies geregeld, maar hij zat alleen maar uit het raam te staren en te dromen over z’n volgende reis naar Rome. Er kwam geen zinnig woord uit, behalve dan schouderophalend en op z’n altijd norse toon ‘dat hij gewoon niet gelukkig met mij was’. Natuurlijk is dat ieders recht om dat zo te voelen, maar er kwam ook geen zinnig woord uit over enige dankbaarheid dat ik al die jaren zowel mijn familie als sociale leven voor hem had opgeofferd.
Baan en appartement
Geloof het of niet, toen bleek dat hij uiteindelijk toch definitief weer naar Nederland terugkwam, heb ik nog een baan en een appartement voor hem geregeld. Ondertussen dat hij als God in Frankrijk in Rome zat, stuurde Gekke Gerritje (ik) zijn sollicatiebrieven rond waarna hij al snel ergens werd aangenomen. Tegelijkertijd ging een vriend van mij verhuizen, waarbij ik heb geregeld dat hij in zijn appartement kon wonen. Een ‘dank je wel’ heb ik nooit gehoord. Sterker nog, in die periode belde zijn moeder boos op dat ze het een schande vond dat hij bij haar aanklopte ‘met geen rooie cent op de bank’. Tja, dat had hij toch écht aan zichzelf te danken: al die rooie centen waren goed besteed in Rome.
Ik ben niet één dag gelukkig met hem geweest. Nee, dat is niet waar; ik voelde me wel gelukkig – wrang genoeg – op de avond van ons bruiloftsfeest. Maar daarvoor gaan alle credits naar mama en Wilma die er een onvergetelijk knalfeest van hebben gemaakt, waar nog jaren over gesproken is. Niet alleen door hun gekke sketches en superleuke (in het geheim gerepeteerde) verrassingsmomenten met onze vrienden, maar ook door hun onvoorwaardelijke liefde voor mij om er het beste van te maken.
Mijn moeder wist al vanaf dag één dat M mij niet gelukkig zou maken. En ze had gelijk. Het is triest dat ze mij al die jaren steeds ongelukkiger heeft zien worden en zo machteloos aan de zijlijn heeft gestaan. Nu pas realiseer ik me hoeveel verdriet zij daarover heeft gehad. Had ik maar naar haar geluisterd. Nee, nog beter, had ik maar naar m’n eigen fluisterend stemmetje geluisterd.
Genoeg kansen en hints
Ondanks alles realiseer ik me ter dege dat ik weinig mag klagen over dit huwelijk. Tegenover ontelbare vrouwen die tijdens hun huwelijk te maken hebben met misbruik en geweld, ben ik er nog goed van afgekomen. M had zeker een kort lontje, maar heeft me, ondanks enige pogingen, nooit geslagen. Want hij wist dat hij een rake mep terug zou krijgen.
Dit huwelijk was voor mij zwaar omdat ik niets was gewend. Ik was opgegroeid in een liefdevol en warm nest, waarin ik als een gewenst en een gepland kind werd gezien, gehoord en gerespecteerd. Dus om dan als groentje (want M was mijn eerste vriendje) geconfronteerd te worden met die kille liefdeloosheid, was iets wat ik niet kende, en zeker niet hoe ik daarmee moest omgaan. Dat ik dan toch voor die relatie ‘gekozen’ heb, is me echt een godsraadsel. Thuis had ik het goed en hoefde niet persé de deur uit.
Voorzichtig bespeur ik wel een gevoel van onzekerheid dat ik blij was dat er een man ‘verliefd’ op me was (‘whatever that means’), waaruit een soort van ‘allesdiendend gedrag’ uit voortkwam. Tijdens onze scheiding beaamde hij dat hij nooit verliefd op me is geweest. Goh, had de buitenwereld het dan toch bij het rechte eind. Als verklaring dat het zijn initiatief was om te gaan samenwonen en hij mij ten huwelijk heeft gevraagd, lijkt het me wel duidelijk dat hij onze relatie als excuus heeft gebruikt om zich los te maken van zijn moeder.
Ik heb genoeg kansen met andere mannen gehad, en ik heb genoeg hints gekregen dat er iets niet klopte. Maar doof- en blindheid regeerde, en ik was me er niet van bewust dat ik een keuze had.
Juist door het leven met zo’n man weet ik nu des te beter hoe ik wél wil leven. Met liefde. En wat ben ik dankbaar dat m’n leven heden ten dage al meer dan 20 jaar 380 graden is omgedraaid.
Lees ook
Je hebt zojuist gelezen: Mijn 20-er jaren: eenzaam in een kil en liefdeloos huwelijk























































