Oude en vergeten beroepen van vroeger (i)
Een overzicht van alle oude vergeten beroepen van vroeger, op alfabet met de letter i.
Wat was een impostmeester?
Een impostmeester was een ambtenaar die belastinggeld kwam ophalen (belastingpachter). Ook vroeger was die persoon niet geliefd, zo is te lezen in een document: "Die Bloedt-suyghers, die men nu Impost-Meesters noemt".
Wat was een indigobereider?
Een indigobereider was een persoon die de indigoplanten in een kuip met warm water overgiet, vervolgens stapt en omroert. Het resultaat van dit werk wordt indigobeslag genoemd.
Indigo is een belangrijk pigment met een uitgesproken blauwe kleur, die eveneens indigo genoemd wordt. Het natuurlijke pigment is afkomstig uit verschillende soorten planten. Het natuurlijke indigo wordt vooral gewonnen uit wede (Isatis tinctoria) en Polygonum tinctorum. In de bladeren van deze plant zit de kleurstof Indigo. De tropische soorten zijn echter efficiëntere leveranciers van de kleurstof. Natuurlijke indigo was de enige bron van deze kleur tot +/-1890.
Nederlanders en andere Europese landen begonnen zelfs indigoplantages aan te leggen. Frankrijk en Duitsland verboden echter geïmporteerde indigo rond het begin van de zestiende eeuw, om hun eigen wede-industrie te beschermen.
Indigo is een uitdagende verf, omdat het niet oplosbaar is in water. Om het te kunnen oplossen, moet het een scheikundige verandering ondergaan. Als ondergedompelde kleding uit het verfbad wordt gehaald, combineert het indigo zich met zuurstof uit de lucht en krijgt het weer zijn onoplosbare vorm. Het was een lastig proces voor de eerste Europese gebruikers van indigo vanaf de zestiende eeuw. Oorspronkelijk werd indigo opgelost in oudbakken urine. Het ureum in urine reduceert het onoplosbare indigo naar indigo wit of leukoindigo, een geelgroene oplossing. Synthetisch ureum kwam beschikbaar vanaf eind 1800.
In 1865 begon de Duitse scheikundige Adolf von Baeyer met indigo te werken. Dit resulteerde in de synthese van indigo in 1880. Drie jaar later werd de chemische structuur bekendgemaakt. BASF ontwikkelde een commerciële productietechniek die vanaf 1897 in gebruik werd genomen. Rond 1913 was het natuurlijke indigo vrijwel geheel vervangen door synthetisch indigo.
Wat was een inkarnaatschilder?
Een inkarnaatschilder was iemand die objecten schilderde in inkarnaat. Inkarnaat is een vleeskleurig, lichtrood of roze kleur, ook gebruikt voor diverse tinten helder- of bloedrood, d.w.z., de huidskleur van een Europeaan of van dierlijk vlees.
In de Middeleeuwen waren schilderijen zeldzaam. In de vroege Middeleeuwen is de Kerk de voornaamste opdrachtgever voor kunstobjecten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de ateliers waar deze voorwerpen ontstaan, zich vooral in kloosters bevinden. Toch zijn het in de meeste gevallen geen monniken die zich met de kunst bezighouden, maar gewone ambachtslieden. In de late Middeleeuwen hebben zij hun eigen werkplaatsen vooral in de steden. Hoe deze eruit zagen is moeilijk te zeggen, omdat er nauwelijks voorbeelden bekend zijn in de vorm van schilderijen of tekeningen.
“”Hij zit op een krukje voor een ezel, met een pot verf in zijn linkerhand en een penseel in de rechter, schilderend op een stuk perkament dat aan de ezel is vastgeprikt. Naast hem op een laag bankje staan allerhande potjes met verf. Een tweede persoon houdt een voorbeeld op, terwijl rechts een schrijver aan het werk is. Behalve de schildersezel en de verftafel levert een heel vroege voorstelling als deze verder weinig informatie op over de ruimte””.
De assistenten van de schilder maakten de verf zelf. De ingrediënten kwamen van ver en waren dus erg duur. Voor de kleur van de menselijke huid wordt inkarnaat gebruikt. Dit is een mengsel van loodwit, koolzwart, azuriet, vermiljoen en meekrap.
Zolang de schilder en zijn assistent zelf verf maakte werd van elke kleur slechts weinig gemaakt omdat de verf snel uitdroogde. Kommetjes en potjes van geglazuurd aardewerk werden gebruikt en, wanneer de kleuren daar tegen bestand waren, werden ze onder water gezet in een kruik of anders bedekt met geolied papier om uitdroging te voorkomen.
Daarnaast werden de zogenaamde verfblaasjes gebruikt, gemaakt van stukjes koeien- of varkensblaas waarvan kleine zakjes werden gemaakt ter grootte van een walnoot, die met verf werden gevuld. Wanneer men de verf wilde gebruiken werd een kleine inkeping gemaakt waardoor de verf naar buiten kon worden geknepen. De behoefte aan een meer permanente verfcontainer ontstond halverwege de 19de eeuw.
Wat was een inkruier?
Een inkruier was iemand die in een steenfabriek de gedroogde producten met een kruiwagen in de steenoven brengt.
Wat was een inktmaker?
De inktmaker vervaardigde inkt. De gewone inkt van vroeger werd gemaakt uit galnoten, groene vitriool (verbinding van zwavelzuur en metalen als koper en ijzer) en Arabische gom. Daarnaast kende men ook gekleurde inkten als paarse, groene en rode.
Inkt is een erg oud chemisch product. In Assyrië, China en Egypte had men meer dan tweeduizend jaar geleden al inkten. In de middeleeuwen maakte bijna iedereen die schreef nog zijn eigen inkten zelf.
1600 jaar geleden ontstond een nieuwe soort inkt die lang populair bleef, ook onder de Romeinen. Deze inkt werd gemaakt van ijzerzouten die gewonnen werden door ijzer met zwavelzuur te bewerken. Dit ijzer werd gemengd met olie uit galnoten en verdikkingsmiddel. Deze inkt werd Atramentum genoemd. Het recept was relatief eenvoudig, waardoor veel mensen in staat waren inkt te maken. Door al die thuisnijverheid ontstonden er veel verschillende varianten op Atramentum. Inktsoorten die gebaseerd waren op Atramentum werden tot in de 19e eeuw gebruikt.
Omdat één van de bestanddelen van Atramentum en alle andere daarvan afgeleide inktsoorten zuur is, tast de inkt op lange termijn het papier aan. De inkt, die bij het aanbrengen een sepiabruine kleur heeft, droogt later zwart of donkerblauw op. Als een document verkleurd is, zegt dat iets over de staat waarin het document verkeert. Hoe bruiner de tekst, hoe slechter het document eraan toe is. Uiteindelijk kan het gebeuren dat de zure inkt door het papier heen vreet. Dit proces wordt inktvraat genoemd.
Lang werd inkt dus op basis van natuurlijke producten gemaakt. De ontwikkeling van de chemische industrie in de twintigste eeuw zorgde er echter voor dat er nieuwe synthetische inkten ontwikkeld werden waarmee nieuwe toepassingen gevonden werden. De drukinkt werd verbeterd. De stroperige en sneldrogende drukinkt inspireerde László Bíró in zijn zoektocht naar een oplossing voor de vlekkerige inkt van de vulpen. De inkt die in drukpersen gebruikt werd, bleek niet bruikbaar voor vulpennen, maar door een balletje in de punt van een pen te verwerken, kon de inkt toch op het papier aangebracht worden. De balpen was geboren.
Wat was een inner van speciekohieren?
Een inner van speciekohieren was iemand die belasting inde op specerijen. In de speciekohieren worden "de vijf speciën", een bundeling van vijf verschillende belastingen geregistreerd. Aanvankelijk werd de inning uitbesteed aan de hoogstbiedende, maar na het zogenaamde pachtersoproer in 1748 werd de belasting door daartoe aangestelde ontvangers ingevorderd. Vanaf dat jaar dateren dan ook de speciekohieren. De belasting werd in 1805 afgeschaft. De speciekohieren werden jaarlijks vernieuwd.
Een Carolusgulden was in de zestiende eeuw, in de tijd van keizer Karel V, een betaalmiddel. De waarde bedroeg ongeveer 20 stuivers, toen het dagloon van een timmerman of metselaar.
De vijf verschillende belastingen zijn:
- het schoorsteengeld; het tarief hiervoor bedroeg 3 caroliguldens per jaar. Soms werd een schoorsteen dichtgemetseld, wat weer in de belasting scheelde. Verder komen ook halve schoorstenen voor: daarmee worden schoorstenen in schuren en stallen bedoeld.
- het hoofdgeld; het tarief hiervoor was 3 caroliguldens per hoofd en moest worden betaald door iedere ingezetene van twaalf jaar en ouder en met een vermogen van minstens 600 caroliguldens. Minder gegoeden betaalden de helft (zogenaamde halve hoofden).
- het hoorngeld; dit tarief was variabel, afhankelijk van de vruchtbaarheid van de grond, en werd geheven voor koeien van drie jaar en ouder. In dit jaar was het tarief 2 caroligulden per jaar. Voor koeien van ongeveer twee jaar die nog niet of voor de eerste keer gekalfd heeft, moest het halve tarief worden betaald, kalveren, ossen en stieren waren vrijgesteld.
- de belasting op de bezaaide landen; ook dit tarief was variabel.
- het paardengeld; dit tarief was 14 stuivers per jaar.
Wat was een inslager?
Een inslager was een handelaar in koopwaren. Hier komt de term 'inslaan van... (boodschappen, materialen)' vandaan.
Wat was een insluiter?
Een insluiter was iemand die grafisch werk deed. De insluiter had als taak de in de zetterij opgemaakte pagina's in een bepaalde volgorde in een (druk)raam te plaatsen van de opgebonden zetsels (zie bij letterzetter). Werd een (deel van een) katern van een boek ingesloten, dan moest de ruimte tussen de pagina's met wit (loden vulstukken, lager dan de letterhoogte) opgevuld worden. Het geheel werd dan in het drukraam vastgezet (opgekooid). Na het drukken moest de zetvorm worden schoongemaakt en de afgedrukte vormen weer worden uitgeslagen. Wanneer men (ongewijzigde) herdrukken verwachtte en het zetsel was nog niet te veel afgesleten, dan werd de vorm opgebonden en bewaard.
Wat was een inzetter?
Een inzetter kwam in verschillende beroepsgroepen voor.
- In de steenfabriek, waar hij de te bakken stenen, pannen of tegels volgens een bepaalde verdeling / stramien in de oven plaatst.
- In de aardewerkfabriek.
- In de glas- en spiegelfabriek.
Mis je een beroep in de lijst?
Laat me dit dan weten, bij voorkeur met de beschrijving van het beroep.
Vergeten beroepen met de letter i
Je zult vast in je stamboom beroepen zijn tegengekomen als sjouwer, leerbewerker, dienstbode, opperman of dagloner. Maar heb je wel eens van een insluiter gehoord, of wat dacht je van een inzetter? Sommige beroepen lijken logisch, maar daar kan je je flink in vergissen. Veel beroepen omvatte meer taken en verantwoordelijkheden dan je zou denken, maar het tegenovergestelde kwam ook vaak voor.
Het is maar goed dat veel van dit soort oude beroepen niet meer voorkomen. Niet alleen omdat ze niet meer functioneel zijn en door de tijd zijn opgeheven, maar ook omdat ze voor arbeiders zo belastend waren dat zij er vaak ernstige ziektes aan overhielden.
Mannen en vrouwen
Het valt op dat de meeste beroepen door mannen werden uitgevoerd. Als vrouwen hetzelfde werk uitoefende dan een man, kregen zij veel minder betaald (wat overigens tot de dag van vandaag een strijd is). Daarbij mochten vrouwen uit de ‘hogere stand’ niet werken, zij kwamen de dag door met b.v. schrijven, schilderen of flaneren met vriendinnen.
Lees ook
Oude en vergeten beroepen van vroeger (i)
























































