Registers van de kolonie Ommerschans en Veenhuizen

Maatschappij van Weldadigheid

Yolanda Lippens

Oprichter en eigenaar van Yory

met bron

Registers van de kolonie Ommerschans en Veenhuizen
Bron: Rijksmuseum, 1822, Litho Van den Eynde

Registers van de kolonie Ommerschans en Veenhuizen

De kolonie van de Ommerschans en Veenhuizen zijn voortgekomen uit armoede, want dit was een groot probleem. Om het gebedel van ‘luije buiken‘ op straat tegen te gaan, kregen zij de kans een nieuw leven op te bouwen in de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid.

Dankzij inzet van Johannes van den Bosch, werd in 1818 de Maatschappij van Weldadigheid opgericht. Dit had de doelstelling om de armoede in Nederland te bestrijden door het verschaffen van arbeid. Want v.d. Bosch meende dat het gebedel in de stad nooit opgelost zou kunnen worden, tenzij deze groep mensen een zelfstandig bestaan zouden krijgen.

De Maatschappij van Weldadigheid was een particuliere instelling, en ontving contributies van commissies vanuit het hele land. Deze commissie selecteerde ook de mensen die geschikt waren voor de koloniën. Bedelaars, paupers, en landlopers hoefden nu niet meer naar de gevangenis, maar kregen een tweede kans.

De kolonies van de Maatschappij van Weldadigheid

In 1818 werden in aangrenzende delen in Friesland, Drenthe en Overijssel de kolonies gesticht, met als eerste drie:

  • De ‘vrije koloniën’ waar men kon werken en leren
    • het Frederiksoord (gestart in 1818 als proefkolonie op landgoed Westerbeek)
    • het Willemsoord
    • het Wilhelminaoord
      Alhoewel deze als ‘vrije koloniën’ werden beschouwd, waren er wel strenge regels. Als je je daar niet aan hield, werd je naar de strafkolonie gestuurd, op de wallen van de schans.
       
  • De opvang-verpleeghuizen voor ongeschikte ‘werkers’
    • de Ommerschans, landelijk bedelaarsgesticht, en grootste gebouw in het land, het startte als strafkolonie (1819-1859)
    • Veenhuizen (1823) met drie wezen-gestichten

Armoede bestrijden door arbeid en onderwijs

Veel mensen beschouwden deze kolonie een plek waar ze rustig konden sterven. Dit is nooit het plan geweest; integendeel. Door ze met arbeid, huisjes en onderwijs ‘op te beuren tot een hoogere beschaving’, zouden ze juist met de ervaring een nieuw bestaan kunnen opbouwen. Hier konden ze wonen en werken als landbouwer.

De families leerden structuur, de kinderen werden via onderwijs voorbereid voor de ‘gewone samenleving’, en moesten na schooltijd ook werken.

De kosten en opbrengsten

Men kreeg dagelijks te eten, zelfs drie keer per week rundvlees. In eerste instantie kostte het voeden en onderhouden van de kolonisten geld. Maar al snel maakten ze dit goed met de opbrengst van hun productiewerk op het land en de spinnerij. Door het werk konden de kolonisten geld verdienen en zelfs geld sparen. Tenminste, als de balans klopte met zijn ‘onderhoudskosten’.

‘Noem u niet arm omdat uw dromen niet in vervulling zijn gegaan; werkelijk arm is slechts hij, die nooit gedroomd heeft.
Marie von Ebner-Eschenbach


Daardoor had de Maatschappij van Weldadigheid meer belangstelling voor gezonde mensen, dan invalide of zieke mensen, die uiteindelijk niet konden werken. Uiteindelijk lieten ze in 1827 toch meer invaliden toe, vooral omdat ze daarvoor een vergoeding van de overheid kregen.

De Ommerschans, het oude fort

In 1822 kreeg de Maatschappij van Weldadigheid een verlaten fort tot zijn beschikking, de Ommerschans in Ommen. Als verdedigingsfort tegen de Spanjaarden bleek dit te hebben gefaald, waarna het een nieuwe bestemming kreeg als armenkolonie.

Al snel kwam hier kolonie Veenhuizen bij. De Ommerschans en Veenhuizen dienden als opvanghuizen voor wezen, vondelingen, bedelaars, vagebonden en gezinnen die voor de andere koloniën ongeschikt waren. De focus lag hier meer op verpleeg- en werkinrichtingen, in plaats van onderwijs. Om te voorkomen dat ‘lastige mensen’ gedwongen naar de koloniën werden gestuurd, was er vanaf 1843 een ‘rechtelijke veroordeling’ nodig.

Protesten en slechte tijden

Je kon niet zomaar weg uit de koloniën. Pas als je er klaar voor was of genoeg geld had gespaard, kon je worden ‘ontslagen’. Ondanks de goede intenties, kwamen er uit het hele land toch meer protesten. Men had weerstand om kinderen zo ver van hun geboorteplaats onder te brengen.

Onder andere door economische slechte tijden, en daardoor enorme toestroom van kolonisten tot maar liefst 5000 kolonisten, waren de koloniën niet meer te handhaven. In 1869 nam de overheid alles over. Kolonies werden gesloten, en wezen en vondelingen werden bij gezinnen ondergebracht.

Zoeken naar familieleden

Op een overlijdensakte kan je wel eens tegenkomen ‘Gestorven in de Ommerschans. Het zoeken naar mensen die in deze koloniën hebben gezeten, is vrij eenvoudig.

Alle databases staan online en zijn doorzoekbaar. Alleen al in de Ommerschans zijn ruim 140.000 inschrijvingen bewaard gebleven (waarvan ook vaak terugkomers), met exacte namen (hou rekening met de Y en IJ) en soms met foto’s.

In 1859 zijn Ommerschans en Veenhuizen Rijkswerkinrichtingen geworden. Het personeel ging over van de Maatschappij van Weldadigheid naar het Rijk. In 1890 is Ommerschans opgedoekt: de bedelaars zijn vanaf dat moment geconcentreerd in Veenhuizen en in andere nieuwere Rijkswerkinrichtingen door het land.

De scans van de inschrijvingsregisters staan allemaal online. De namen zijn echter nog lang niet allemaal in de database gestopt. Iedereen kan op bonmama.nl meehelpen om de registers te ontsluiten. De gegevens gaan dan ook naar het Drents Archief.

Bronnen voor onderzoek

Hulp nodig?

Lukt het niet? Vraag dan hulp aan de Yory Stamboom Helpdesk.

Lees ook

De Groningse boerderijboeken doorspitten
Sociale ongelijkheid in sterfte (S.O.S.) in Antwerpen
Als je voorouders elders zijn overleden dan geboren
Podcast serie ‘Mijn oma de soldaat’
Podcast serie ‘Als geschiedenis in je opstaat’
Dossiers uit de Tweede Wereldoorlog inzien

Registers van de kolonie Ommerschans en Veenhuizen

Reageer op dit artikel
Opmerkingen over artikel
Schrijf mij in voor de nieuwsbrief (1 x per 3 maanden)
Bezig met versturen

Wil je een donatie doen?
Yory is non-profit, maar de kosten zijn zeker € 750 per jaar. Met donaties kan dit platform blijven bestaan.

Yolanda Lippens donatie