Volg Yory op Facebook Twitter Pinterest YouTube LinkedIn

Missie | Team Yory | Contact | Nieuwsbrief

Nederlands NL English EN Français FR Deutsch DE Bahasa Indonesia ID

Liborius Druart en de Brugse Gilde

In mijn stamboomonderzoek naar Brugse voorouders stuitte ik op de Digitale Bibliotheek van de Nederlandse Letteren (DBNL) met vermeldingen in registers van Gilden.1 In jaargang 97 trof ik mijn betovergrootvader Liborius Druart aan in een stuk over de chaotische en non-conformistische levensloop van de Brugse priester en publicist Jan van Hese.

Liborius Druart en de Brugse Gilde
Mijn betovergrootouders en verdere voorouders

Jan van Hese, publicist en priester

Op 4-jarige leeftijd, na het overlijden van zijn beide ouders bleven Jan en zijn jongere broer Francois, ‘van alles ontbloot’ in Brugge achter. Er worden diverse familieleden genoemd die de jongens onderdak boden en als voogd optraden. Zoals de chirurgijn Judocus Bauwens, zoon van Jan Bauwens, die het Zothuys aan de Balsemboomstraat bestierde.

Jan van Hese ging studeren aan het Brugse seminarie, werd priester en ging teksten schrijven. In de Merckenweerdigste voorvallen en daegelijcksche gevallen. Brugge beschrijft Jozef van Walleghem Jan van Hese als volgt: ‘Jan van Hese heeft in de revolutiejaren – tussen 1792 en 1802 – alle Brugse gebeurtenissen met schrandere geest geobserveerd en met vlijmscherpe pen genoteerd.’

Controversieel drukwerk

Francois van Hese ging in 1774 in de leer bij de drukker Martinus De Sloovere. Hij had tussen 1787 en 1803 een zelfstandige drukkerij, waar hij onder andere het controversiële drukwerk voor zijn broer verzorgde. Hij was ook de drukker van de Brugse keizersgezinden en werd voor het publiceren van een antipatriottenpamflet in 1790 beboet.

De beide broers moeten het gezin van hun voogd gekend hebben, want na verloop van tijd kreeg priester Jan een relatie met een dochter des huizes, Marie Bauwens. Het moet om meer dan een bevlieging zijn gegaan, want in 1789 kreeg hij een wel heel zware sanctie: ‘suspensio a divinis’ ofwel ontzetting uit het priesterambt.

Een andere dochter des huizes, Isabella Bauwens, was getrouwd met de lakenhandelaar Liborius Druart. Dit zijn mijn voorouders.

Drukker Joseph DeBusscher

Door de zoektocht naar de ouders van Liborius, stuitte ik op een andere uitgave van Biekorf. Jaargang 82, met een artikel over de drukkersfamilie DeBusscher uit Brugge.2

De hoofdpersoon in de tekst is Joseph DeBusscher (1741-1824), de jongste broer van Maria DeBusscher. Zij was getrouwd was met ene Josephus Druart, afkomstig uit Emmery, in het Noord-Franse bisdom van Cambrai.

Al doende was ik weer een generatie verder terug in de tijd.

Joseph DeBusscher verscheen in 1770 in de Brugse drukkerijwereld. Hij bleek een octrooi te hebben om de stadsdrukkerij van Pieter De Sloovere – zonder leertijd en meesterproef – over te mogen nemen. Wellicht was hij al langere tijd in deze drukkerij werkzaam of had hij het ambacht ergens anders geleerd. Dat is onbekend.

Anna en het kruisboogschuttersgilde Sint-Joris

Ledenlijst van Sint Joris (deel van), Brugse Gilde
Ledenlijst van Sint Joris (deel van)

Pieter de Sloovere, een oudere (half-)broer van Martinus De Sloovere, was drie jaar eerder, in 1767, op 54-jarige leeftijd overleden. Hij liet de 28 jaar jongere Anna van der Piet als weduwe achter. Het huwelijk was kinderloos gebleven.

Dit laatste gegeven was er waarschijnlijk de oorzaak van dat Anna niet overmatig om zijn heengaan heeft getreurd. Kort na zijn overlijden werd ze lid van de kruisboogschuttersgilde Sint-Joris, wat er ook op wijst dat zij niet uitsluitend aan de drukkerij moest denken.

De opdrachten voor drukwerk waren sinds 1767 al afgenomen als gevolg van een rechtszaak tussen Pieter de Sloovere en het Brugse Gilde van Makelaars. Daarnaast had de stad Brugge besloten om – in plaats van Anna van der Piet – de concurrent Joseph van Praet als stadsdrukker aan te stellen.

Het Jaarboek van het kruisboogschuttersgilde Sint-Joris is een voorbeeld van diens drukwerk. Er staan ledenlijsten in, waaruit blijkt dat het Brugse gilde haar leden koos uit de adel en hogere burgerij, zowel mannen als vrouwen.3 In dit boek staat de geschiedenis van het gilde vanaf 1321 en chronologische lijsten met koningen, opper-hoofdmannen en leden.

Handboogschieten bij het Brugse Sint-Sebastiaans Gilde

In 1761 werd Joseph DeBusscher lid van het handboogschuttersgilde De Vrije Archiers te St.-Kruis. De sierlijke handtekening die hij onder zijn doodschuldbelofte plaatste, toont aan dat de toen 20-jarige Joseph een goede opvoeding had genoten.

Op 5 september 1762 werd hij lid van de handboogschuttersgilde St.-Sebastiaan in de Carmersstraat (zie afbeelding). Dit Brugse gilde bestond uit middenstanders en ambachtslieden. Bij zijn handtekeningen in beide gildeboeken staat de vermelding ‘filius Amati ‘ ofwel ‘zoon van Amatus’. Dit geeft de zekerheld dat het Joseph De Busscher betreft.

Stadsplan van Brugge, Marcus Gerards, steendruk, 1881
Stadsplan van Brugge, Marcus Gerards, steendruk, 1881

Nummer 86, gebouw van het Brugse gilde van St. Sebastiaan aan de Carmersstraat. De locatie, genaamd Lombaertsheester, was in 1572 aangekocht, nadat aanvankelijk tussen de molenbergen – tussen de molens – op doelen werd geschoten. Aan de bovenzijde van de kaart zijn doelen zichtbaar: dit is de locatie van het St. Jorisgilde aan de huidige Stijn Streuvelsstraat.4

Het afschieten van ‘eene vlercke van den eerevogel’

In de Merckenweerdigste voorvallen en daegelijcksche gevallen Brugge 1787, beschrijft Jozef van Walleghem tijdens het papegaai schieten dat op 20 mei 1787 omstreeks 14 uur:

Liborius Druart en de Brugse Gilde
Bron: Wikimedia, anoniem, Papegaey schieten, wedstrijd tussen geuzen en monniken, 1566

“D’heer J.Druaert, wonende bij het commediehuijs, die door het afschieten van eene vlercke van den zelven het eerste gerak bekomen heeft en daerdoor balieu van desen hove geworden is ende geduerende heel dese vruegdefeest vrij van gelag ofte teere is; zulks wiert seffens door ‘t losbranden der kanons aen ider kenbaer gemakt.”

Opstapjes naar Deken van het Librariersgilde

In 1770 trouwen Joseph DeBusscher en Maria van der Piet. Het zakelijke succes van Joseph DeBusscher ligt niet op het vlak van drukkerij, want zijn productie bleef slechts beperkt tot enkele boeken en de jaarlijks de ‘Groot Brugsche Comptoir Almanack’.

Joseph werd echter al in 1771 tot deken van het Librariersgilde gekozen en ontwikkelde zich tot een succesvol boekhandelaar. Als een gereputeerd kunstkenner werd hij snel opgenomen in het bestuur van de lokale Academie voor Teken- en Schilderkunst. In 1796 liet hij de drukkerij overgaan op zijn zoon Guillaume en bedroeg het vermogen van Joseph het dubbele van het gezamenlijk vermogen van de andere drukkers van Brugge.

Franse staatsburgers

Eind 1797 werden deze voorouders Franse staatsburgers en begonnen Joseph en Guillaume in 1798 met de uitgave van het nieuwsblad ‘Brugsche Gazette’. Toen de Fransen in maart 1814 uit Brugge verjaagd werden, heerste er chaos. Plunderaars hebben de woningen en werkplaatsen van bonapartisten leeggehaald, waaronder de drukkerij. Enkele dagen later, toen de orde hersteld was, zijn de gestolen eigendommen teruggehaald en de daders te Oostende voor het gerecht gebracht.

Op persoonlijk vlak ging het ook crescendo, getuige hun acht kinderen die trouwen in de gegoede burgerij van Brugge. Kleindochter Eugenie trouwde Jean/Jacques Van Zuylen van Nievelt; afkomstig uit een adellijke familie die vanuit Holland naar Brugge was getrokken voor uitoefening van het ambt van postmeester.

Huisbewaarder van het Landhuys van de Brugse Vrije

In 1784 tekent Joseph Druart (1732 Cambrai – 1797 Brugge) een contract als huisbewaarder van het nieuwe Landhuis van het Brugse Vrije, het linker pand op de onderstaande foto. In het Landhuis zetelde de vierschaar, woonde de griffier, werden mensen gegijzeld. Joseph en zijn vrouw zorgden voor de gasten die bleven eten en overnachten, ze moesten ook het plein schoon houden….

In het testament van een edelman – die hier in roerige tijden gegijzeld werd – werd de weduwe van Joseph, Maria DeBusscher (1726-1820) genoemd en beloond. Ze zullen hun werk met vlijt en aandacht uitgevoerd hebben.

Eigen foto: Het landhuys (links), Brugge, Brugse Gilde
Eigen foto: Het landhuys (links), Brugge

Mysterieus gezelschap “La Parfaite Egalité”

Joseph Druart (1732-1797), vader van Liborius Druart en zwager van Joseph De Busscher, blijkt lid te zijn van de Brugse loge ‘La Parfaite Egalité’. Hij was afkomstig uit Emmery (bisdom Cambrai) en gehuwd met Maria De Busscher, oudere zuster van Joseph. Hij was huisbewaarder van het landhuis van het Brugse Vrije en in deze laatste hoedanigheid dat hij als frère à talent lid werd van de Brugse loge. Dat betekent dat hij zorgde voor muziek of voordracht tijdens plechtigheden.

La Parfaite Egalité’ stond onder leiding van Charles-Pieter Joseph Lauwereyns, die in 1769 ook lid van St. Jorisgilde werd. Hij was van Noordfranse origine. Vrienden en verwanten, Brugse vrijzinnigen met Fransvlaamse bindingen behoorden tot de doelgroep van de Achtbare Meester. Er waren slechts 22 leden (11 edellieden en 11 burgers). De moederloge was ‘La Parfaite Harmonie’ in Mons. Na 1775 was er geen vrijmetselaarsactiviteit meer te Brugge; La Parfaite Egalite was na een kort bestaan van slechts 9 jaar, ingesluimerd.

Joseph De Busscher behoorde niet tot de doelgroep, maar het is mogelijk dat hij via Joseph Druart met de vrijmetselarij in aanraking kwam en drukwerk voor de loge verzorgde. Denk aan uitnodigingen, diploma’s en huldeadressen. In 1783 komt Joseph DeBusscher voor op de ledenlijst van de vrijmetselaarsloge “Les trois niveaux” te Oostende.

Uit het Brugse gilde gezet tijdens de Brabantse Omwenteling

Liborius Druart weigert de eed af te leggen.
Liborius Druart weigert de eed af te leggen

In de ‘Merckenweerdigste voorvallen en daegelijcksche gevallen. Brugge 1790’ beschrijft Jozef van Walleghem dat op 3 oktober 1790. Liborius, sinds 1786 lid en baljuw, wordt in november 1790, vanwege het weigeren de eed af te leggen, van zijn baljuwschap ontheven en uit het Sint-Sebastiaensgilde gezet.

Vanwege de Brabantse Omwenteling (de opstand van de Zuidelijke Nederlanden tegen het Oostenrijkse gezag van Keizer Jozef II) werden de gilden van Sint-Michiel (schermers), Sint-Joris (kruisboog) en Sint-Sebastiaen (handboog) in dienst van de stad gesteld. De eed afleggen was verplicht uit vrees voor verraders binnen de gelederen. Was dit voorval de reden voor Liborius om met zijn gezin naar Middelburg te vertrekken?

Bron: Wikimedia, Boogschutters van het Sint-Sebastiaensgilde, Franciscus Stroobant, 1852
Bron: Wikimedia, Boogschutters van het Brugse Sint-Sebastiaens gilde, Franciscus Stroobant, 1852
Markeer overleden personen zo
Gebruik het notitieveld discreet
Pas op met zwevende mensen
TV serie ’13 in de oorlog’
‘Liborius Druart en de Brugse Gilde’
Referenties
  1. In deze bron zijn onder andere gedigitaliseerde historische teksten uit Biekorf (Westvlaams Archief voor Geschiedenis, Archeologie, Taal- en Volkskunde) en De Navorscher (een middel tot gedachtewisseling en letterkundig verkeer) te vinden. Boven in de rechtermarge – naast de hoofdtekst – staan noten met bronnen voor eventueel vervolgonderzoek.  ↩
  2. Lees hier meer in de Digitale Bibliotheek.  ↩
  3. ‘Het jaer-boek der keyzerlyke ende koninglyke hoofdgilde van den edelen ridder St. Joris’, van Joseph van Praet, Brugge, 1786  ↩
  4. Bekijk hier het ‘Jaerboeck Koninklijke Gilde Sint Sebastiaen’  ↩
Ontvang de nieuwsbrief

Ontvang de nieuwsbrief


Ieder kwartaal
Download gratis de akte checklist

Download gratis de akte checklist

Wil je ook de nieuwsbrief?


Zo gebruik je de akte checklist
antoine-keepers2.jpg

Antoine Keepers (Weert, 4 april 1965) is -na een professionele loopbaan van 22 jaar als architect-   momenteel alweer 10 jaar werkzaam als docent wiskunde.

Vanaf mijn tienerjaren ben ik geinteresseert in (familie)geschiedenis. Voor de opkomst van de pc en digitale bronnen gingen mijn broer Guido en ik in de archieven van Den Bosch, Arnhem en Hoogstraten op zoek naar onze Brabantse voorouders van vaders’ familie en Gelderse voorouders van moeders’ familie.

Na cursussen genealogie en paleografie wisten we ons redelijk te redden met oude handschriften. Door middel van een tekenprogramma bracht ik de familienetwerken in kaart, terwijl mijn broer in persoonlijke gesprekken familieverhalen verzamelde.

De vondst van een overgrootvader op een website naar Karel de Grote leidde tot een ware verzamelwoede met als resultaat; stapels mappen vol prints en kasten vol historische naslagwerken.

In het huidige computertijdperk onderzoek ik diverse digitale bronnen en onderhoud een Aldfaer-bestand met ca. 24 duizend personen. Ik orden nu digitale mappen en lever bijdragen aan genealogische sites wanneer ik aanvullende informatie vind. Daarnaast verzamel ik digitaal beeldmateriaal van de woonplekken van mijn voorouders; foto’s van bestaande panden, of verdwenen panden die terug te vinden zijn op oude stadskaarten, maquettes en schilderijen uit het verre verleden.

Het lijkt me leuk om over enkele vondsten van mijn zoektochten te schrijven, ter informatie, maar vooral ter inspiratie...

antoine-keepers2.jpg

Antoine Keepers (Weert, 4 april 1965) is -na een professionele loopbaan van 22 jaar als architect-   momenteel alweer 10 jaar werkzaam als docent wiskunde.

Vanaf mijn tienerjaren ben ik geinteresseert in (familie)geschiedenis. Voor de opkomst van de pc en digitale bronnen gingen mijn broer Guido en ik in de archieven van Den Bosch, Arnhem en Hoogstraten op zoek naar onze Brabantse voorouders van vaders’ familie en Gelderse voorouders van moeders’ familie.

Na cursussen genealogie en paleografie wisten we ons redelijk te redden met oude handschriften. Door middel van een tekenprogramma bracht ik de familienetwerken in kaart, terwijl mijn broer in persoonlijke gesprekken familieverhalen verzamelde.

De vondst van een overgrootvader op een website naar Karel de Grote leidde tot een ware verzamelwoede met als resultaat; stapels mappen vol prints en kasten vol historische naslagwerken.

In het huidige computertijdperk onderzoek ik diverse digitale bronnen en onderhoud een Aldfaer-bestand met ca. 24 duizend personen. Ik orden nu digitale mappen en lever bijdragen aan genealogische sites wanneer ik aanvullende informatie vind. Daarnaast verzamel ik digitaal beeldmateriaal van de woonplekken van mijn voorouders; foto’s van bestaande panden, of verdwenen panden die terug te vinden zijn op oude stadskaarten, maquettes en schilderijen uit het verre verleden.

Het lijkt me leuk om over enkele vondsten van mijn zoektochten te schrijven, ter informatie, maar vooral ter inspiratie...

Zoek je voorouders op Open Archieven

Zoek je voorouders op MyHeritage

NL_FTFCbanners_480320_01.png

Lees ook...